donderdag 23 mei 2013

Het draait weer om de centen

Bericht vandaag: "De judoka's uit de nationale selectie zijn niet verplicht tijdens wedstrijden uit te komen in kleding van Green Hill, de sponsor van de Judo Bond Nederland (JBN). Dat heeft de rechter in Amsterdam donderdag bepaald." Aldus de Volkskrant. De JBN en NLSporter stonden daarbij tegenover elkaar. 

Tsja. Dat dit voor de rechter moest komen omdat de JBN en de betreffende judoka er niet uit komen, is op zich natuurlijk al een moeilijk gegeven. Dat men er in overleg niet meer uit kan komen... Dat is van au in het judo waar we natuurlijk altijd samen ons gemeenschappelijk doel zouden moeten kunnen nastreven. Maar conflicten zijn zo oud als het judo en de Kodokan kon er ook wat van altijd, dus ja...

Maar uiteindelijk draait het hier niet meer om judo en idealen, maar alleen om geld. Sponsorgeld, want zonder dat kan de 'sport' niet meer draaien. Geen enkele sport overigens. Judo is maar een kleintje vergeleken bij het voetbal, zoals we weten... Daarom ook dat de IJF de motor is achter alle commercialisering van het judo. Met elk jaar verplichte nieuwe regels voor pakken die alleen goedgekeurd worden als het flink schuift. Daar kan de JBN ook niets aan doen, dat wordt gewoon opgedrongen. De macht van geld...

Er staan twee sponsorbelangen tegenover elkaar. 
-- De JBN is afhankelijk geworden voor haar topsportprogramma van sponsors en Green Hill is een belangrijke speler. Het belang van de JBN in deze is: het wedstrijdjudo kunnen faciliteren en daar hebben de topjudoka zelf ook veel belang bij. Zonder JBN wordt het voor hen ook moeilijk. 
-- De topjudoka is afhankelijk geworden van een eigen sponsortraject. Door nu de eigen sponsors (van de eigen pakken) de strijd te laten winnen, hebben ze voor hun eigen individueel programma gewonnen. En ze kunnen een pak dragen wat misschien lekker zit, maar hmmm... zou dát wel tellen? Als je gesponsord wordt door Adidas, zou je dan durven zeggen dat je hun pak maar beroerd vindt zitten? Dus niet. Het pak van de sponsor is met euro's gevoerd en dús zit dat lekker...

Het gaat dus alleen om geld. Veel geld. De judoka hebben hun indivduele belang laten prevaleren, omdat ze dat individuele sponsorgeld nodig hebben. Zelfs de rechter snapt dat. Het is ook waar. De JBN of een IOC kunnen niet alles voor de judoka betalen. Helder. Als echter de JBN die zelf in zwaar financiëel weer zit, nu op haar beurt ook weer minder kan doen voor de topjudoka, dan is maar de vraag wie er straks blijkt te hebben gewonnen... Wordt het straks in de judowereld nog meer 'ieder voor zich en God voor ons allen'? Is dat de verstandige weg?

Het wordt allemaal weer niet gemakkelijker.  Dat rotgeld ook. Geld is de smeerolie van de hele wereld (economie) maar is soms net alcohol. Het verslaaft en maakt soms ook meer kapot dan je lief is. 

We zullen over een tijd gaan zien of deze strijd überhaupt winnaars heeft. Als GreenHill geen pakken verkoopt, kan ze niet sponsoren. Simpel. Als de andere leveranciers (en sponsors van judoka) geen pakken slijten, idem. Als er geen judoka meer kunnen meedoen aan toptoernooien omdat er geen sponsorgeld is, worden er nog minder pakken verkocht. Als de JBN een topsportprogramma niet meer kan betalen en voorzien, gaat het Nederlands judo nog verder achteruit en zijn er ook weer minder judoka die pakken gaan kopen.

Het judo gaat verliezen van deze zaak. JBN en topjudoka. En uiteindelijk ook degenen die met hun pakken blijven zitten. Hier verdient niemand wat mee dus. Triest.

zondag 19 mei 2013

Jita Kyoei (3) het grote geheel

Jita kyoei - letterlijk betekent het: "jij en ik schitteren samen", "gezamenlijke rijkdom voor u en anderen" Maar wat betekent het in de praktijk?

Vandaag deel 3: Van individu naar het grote geheel

De toepassing van Seiryoku Zenyo en Jita Kyoei werd ook voor Jigoro Kano in de loop van de tijd steeds duidelijker. In 1922 werd de Kodokan Bunkakai (Kodokan Culturele Associatie) opgericht met als doel om de samenleving te dienen door de principes van seiryoku zenyo in de praktijk te brengen in een wereldwijde jita kyoei, wat blijkt uit het volgende manifest:

Deze associatie heeft als ideaal om het doel van de mensheid te bereiken, door de beste toepassing van seiryoku. Gebaseerd op deze leer, zal deze associatie:
  • vastbesloten zijn om ieder en elk lichaam te laten ontwikkelen tot robuuste gezondheid, om ieders kennis en morele kwaliteit te verfijnen, en om een effectief deel van de samenleving te zijn;
  • met betrekking tot de natie: de nationale eenheid respecteren, de geschiedenis hoogachten, en ijverig zijn om te bevorderen wat voor het welzijn van de natie nodig is;
  • met betrekking tot de samenleving: streven naar het bereiken van diepe harmonie door wederzijdse hulp en wederzijds op elkaar afstemmen tussen individuen en groepen;
  • met betrekking tot de wereld als geheel: zichzelf verre houden van raciale vooroordelen en streven om op basis van gelijkheid de cultuur op een hoger niveau te brengen, en het welzijn van de mensheid te zoeken.
Om die reden verkondigt Jigoro Kano overal waar hij komt, dat de doelen van judo veel verder reiken dan de dojo en de Culturele Associatie mag daarbij helpen:
Het is moeilijk om de echte doelen van het judo te bereiken, die nut brengen voor de samenleving, door vooral te wachten tot dingen gebeuren of door vooral judo te boefenen in de dojo. Deze doelen kunnen echter wel volledig worden gerealiseerd door het volgen van de additionele intellectuele onderrichtingen van de Kodokan Culturele Associatie. (Jigoro Kano, Judo Memoirs, p. 126)

Wat daar geleerd wordt, moet worden geleerd op basis van een concrete spiritualiteit van eerbied en respect, maar vooral die levensweg worden van eerbied en respect.
De geest van jita kyoei moet worden gerespecteerd tussen volkeren. Als we kijken naar internationale samenwerking is het zo, dat als landen alleen hun eigen gewin zoeken en neerkijken op andere landen, zullen zij hun echte doelen niet bereiken. Elk land moet principieel werk maken van gezamelijk welzijn en voorspoed, en moet zichzelf vastbesloten gedragen om het beste voor te wereld te doen. (...) Ik geloof dat wereldvrede en het welzijn van de mensheid gerealiseerd moet worden door de geest die judo uitdraagt. (Jigoro Kano, tijdens de Interparlementaire unie in Madrid)
De Internationale Judo Federatie (IJF) probeert dit duidelijk te maken als het judo beschrijft:
Judo is veel meer dan alleen het leren en toepassen van gevechtstechnieken. In zijn totaliteit is het een prachtig systeem van lichamelijke, intellectuele, en morele opvoeding. Judo heeft zijn eigen cultuur, systemen, erfgoed, gebruiken en tradities. Maar belangrijker is, dat de pricipes van zachtheid vanuit het oefenen op de mat worden doorgegeven in het leven van de studenten, in de interactie met hun vrienden, hun familie, werk, collega's en zelfs vreemdelingen. Judo geeft de studenten een ethische code mee, een manier van leven en een manier van zijn. (...)

Buiten de ontwikkeling van lichamelijke krachten en atletische capciteiten, leren judoka nog veel meer. Ze leren hoe ze hun gevoelens, emoties en impulsen kunnen beheersen. Ze leren over de waarden van volharding, respect, loyaliteit en discipline. Judoka ontwikkelen een uitstekend etisch gevoel, alsook belangrijke sociale manieren en etiquette. Ze leren hoe ze angst overwinnen, en moed houden in stress-situaties. Door de competitie en de alledaagse praktijk, leren ze rechtvaardigheid en eerlijkheid. Door hun ervaring leren ze beleefdheid, bescheidenheid en allerlei andere prachtige waarden die bijdragen tot hun ontwikkeling als succesvolle burgers in de samenleving. Als zodanig, maakt judo het mogelijk om belangrijke morele kennis en waarden te ontwikkelen, welke belangrijk zijn om mensen te helpen om een actieve bijdrage te leveren als leden van hun gemeenschappen, naties en de wereld. Op die manier spelen judoka een belangrijke rol on de ontwikkeling van samenlevingen en scheppen ze nieuwe en betere gemeenschappen voor de toekomst.

Judoka leren ook waardevolle sociale vaardigheden, en bouwen aan duurzame en betekenisvolle relaties met anderen. De kameraadschap, en de banden die ontstaan tussen partners die samen de uitdagingen hebben gevoeld van de moeilijke lichamelijke en mentale training, zijn diep. Vaak leggen die ervaringen de basis voor vriendschappen voor het leven. Door judo zijn mensen in staat om vriendschappen te ontwikkelen en sociaal bijna overal te integreren. (...) Judo is niet alleen een lichamelijke activiteit; het is een internationale taal die nationale grenzen, culturele barrieres en taalproblemen overstijgt. Judo verbindt mensen, gemeenschappen en landen. Het speelt een belangrijek rol, niet alleen in onze individuele levens, maar ook in het toekomstig geluk van onze samenlevingen in de hedendaagse onderling afhankelijke wereld.

IJF.ORG, Judo Corner, Introduction
Mitesco heerneemt de algemene principes:
  • Seiryoku zenyo is een principe van evenwicht in de mens - optimaal gebruik van energie om in balans te komen / te blijven.
  • Jita kyoei is een principe van evenwicht in de samenleving en de wereld - alle mensen worden / zijn optimaal in balans.
Het evenwicht tussen seiryoku zen you en jita kyoei is fascinerend. Ze zijn tegengesteld aan elkaar en houden elkaar in evenwicht. Ik denk tot op zekere hoogte dat de geschiedenis van de mensheid het verhaal is van balanceren tussen competitie en coöperatie. Het aan-elkaar-koppelen van seiryoku zenyo en jita kyoei lijkt dat te weerspiegelen. Zonder de matigende factor van jitakyoei is het zoeken naar efficiency een destructieve kracht. Ik denk, als alles te efficient wordt, dat mensen eindigen in verbrandingsovens. Zonder wederzijds welzijn en geluk echter, zonder de geest van streven (naar perfectie) is het individu nikserig en soft. In theorie zijn die doelen van het communisme waarschijnlijk puur jita kyoei, maar wel resulterend in een totaal verlies van motivatie, met frustratie en een economische en landbouwtechnische ineenstorting op de meeste plaatsen waar ze werd toegepast.
Taigyo, JudoForum 27-1-2009
Op die manier komt de judoka vanuit zijn eigen doelstelling tot de bredere doelstelling van harmonie. Hij bouwt mee aan een wereld die moreel goed is, één, waar en schoon - een wereld waarin het algemeen welzijn voor allen zal bestaan.

De leer over jita kyoei is dus niet alleen een vorm van nuttigheidsdenken, het is meer: welzijnsdenken. Jita kyoei wil in dit licht zeggen: algemeen welzijn wordt bereikt als alle mensen samen werken aan welstand voor iedereen, en niet aan zichzelf. In die wereld zal iedereen gelukkig zijn.
Er is geen betere manier voor een natie om tot bloei te komen dan wanneer de autoriteiten hun aandacht richten op de welzijnsontwikkeling van elke inwoner. (Jigoro Kano, Judo Memoirs, p.109)



Vrede en gerechtigheid

Het welzijn van allen wordt bereikt als elke mens over zijn eigen ik heen kan stappen en de ander, de medemens, kan geven waar hij recht op heeft. In dat opzicht wijkt Jigoro Kano af van de ideeën van de Engelse filosofen. Voor Kano is het recht van een mens absoluut, en kan hij nooit alleen maar beschouwd worden als een instrument voor het hogere doel. Je moet een medemens altijd tegemoet komen, om de diepe eenheid die je in de kosmos hebt met elkaar te kunnen delen.

Rechtvaardigheid kan men in het algemeen omschrijven als:
De rechtvaardigheid is de morele deugd die bestaat in de voortdurende en vaste wil om iedereen te geven waar hij recht op heeft. Rechtvaardigheid ten opzichte van de mensen leidt ertoe de rechten van ieder te eerbiedigen en in de menselijke verhoudingen de harmonie tot stand te brengen die de rechtschapenheid bevordert ten opzichte van de personen en het algemeen welzijn.
Door het beleven van echte rechtvaardigheid, wordt een judoka integer. Dat wil zeggen: één geheel met zichzelf en zijn omgeving. Dat is een vaardigheid die noodzakelijk is in het gevecht op de tatami, maar ook in het leven.
Voor een judoka is het niet vreemd om in die geest te zeggen: in die geest van jita kyoei is het gevecht in judo nooit een echt gevecht, en de tegenstander nooit een tegenstander. Alle technieken die bedoeld lijken om iemand te overwinnen, zijn in feite middelen om jezelf te overwinnen. Het gevecht is een uitdrukking van openheid, flexibiliteit en aanpassing aan de ander (ju), en dat resulteert in de bredere zin van iemands persoon in een houding van vrede, zachtmoedigheid, respect (wa). Daarin groeit een mens tot volkomenheid.

Een goed voorbeeld:
Op zaterdag 28.6.08, was de stad Haifa in Israel de gastheer voor het Internationale "Cadets Judo for Peace Tournament". Ik ontmoette en sprak met judo coaches en jonge atleten van over de hele wereld - Jordanie, Palestina, Montenegro, Kosovo en Georgie om er maar een paar te noemen. De atmosfeer was elektrisch-geladen, mensen kwam samen vanuit werelddelen die maar een paar kilometer van elkaar vandaan wonen, maar in werelden die door politici en haatdragende mensen uit elkaar worden gehouden. En in die hal vochten ze, verloren en wonnen er sportief, en schudden handen. Dr. Kano zou trots zijn geweest.

Als judo coach doe ik er alles aan om bij mijn leerlingen integriteit, eer en respect te vestigen voor ieders naaste. dat is, zo voel ik, is belangrijker dan medailles.
T. Baron, Israel
Het is in harmonie met de principes van judo dat er geen conflicten zijn in de ontwikkeling van de wereld, of in de samenlevingen en landen die de mensheid vormt en opbouwt. judo is geëvolueerd tot haar huidige vorm, vanuit de waardering van zuivere rede en ontwikkeling van techniek,  en is nationaal en interntationaal hoog geacht als de meest effectieve methode van lichamelijke en geestelijke zelfdiscipline. judo draagt bij aan de voorspoed van mensen, de ontwikkeling van vrede en het welzijn van de wereld.

Kyuzo Mifune


woensdag 15 mei 2013

Kesa gatame claustrofobie?

In Hessen (Duitsland) werd een buitenlandse gast-judoleraar op zijn vingers getikt omdat hij aan beginners (kinderen) de standaard kesa-gatame had geleerd. Onder de gele band (in Duitsland hebben ze meer kyugraden dan bij ons) mag men niet de gewone kesa-gatame aanleren, alleen de kuzure-versie. Onder de arm door dus, niet om het hoofd.

De reden? Voor kinderen kan de hon-kesa-gatame paniek veroorzaken omdat ze dan claustrofobisch kunnen worden.

Hmmm... is dat in Nederland ook zo?

Ik ben me bewust dat de kinderen van nu allerlei psychische problemen kunnen hebben. ADHD komt veel voor, net als diverse autistische stoornissen. Maar een angstaanval omdat je in een houdgreep tegen de grond wordt gedrukt? Ah komop denk ik dan.

Als ze dat nu zouden zeggen van een kami-shiho-gatame waarbij tori zo laag komt met zijn hara en de jas ook nog los hangt... dan kan ik me voorstellen dat een beginner zich wat onprettig voelt met het gevoel door een buik te worden geplet. Tsja. Maar ook dát is judo... Nadat ik zelf katame no kata heb geoefend, heb ik echt goed begrepen dat osaekomi-waza betekenen: strakke controle en dat betekent: strak immobiliseren met je hele lichaam. Als dat betekent dat iemand volledig wordt ingesloten, hoort dat er juist bij! Vind ik... zelfs bij kami-shiho. Als uke wil ontsnappen en flink worstelt, móet tori reageren door zijn lichaam zo te bewegen dat de ontsnapping mislukt.  Dan gaat tori dus als een huisje over je heen en kun je tegen diens buik komen met je snuit. Zo ook met de 'gewraakte' kesa-gatame. Als uke wil ontsnappen, moet tori nog meer controleren en desnoods zo aan de arm trekken dat de lucht uit zijn arme uke wordt geperst. :)

Nu is het wél waar - en daarin heeft de DJB een punt - dat beginners nogal eens moeilijk begrijpen dat het controleprincipe van elke kesa-gatame is: de arm die dwars over tori's borst wordt getrokken. Alle variaties houden dát principe aan. Beginners kunnen nogal eens denken dat die arm er niet toe doet en dan een soort nekklem leggen. Tsja.

Dan denk ik met mijn boerenverstand: leg dat dan úit! Daar is de les voor. Ban niet een hele techniek omdat je het niet goed kunt uitleggen. Ban niet een hele techniek omdat we tegenwoordig heel veel bange kinderen hebben. We bannen de ukemi ook niet omdat kinderen bang zijn om te vallen...

Maar goed. Zelfs het katame no kata begint met de kuzure-kesa-gatame. Dus Kano heeft blijkbaar ook wel gemeend dat deze 'gebroken' versie de principes goed aanleert. Dat is dus ook zo. Wie als uke in katame no kata in deze houdgreep is beland en een goede tori heeft, ligt volledig klem tegen de mat en ontsnapt nooit meer.  Ik word daar alleen niet claustrofobisch van, maar intens vrolijk.

zondag 12 mei 2013

Jita Kyoei (2) Het kanji 'ei' (栄)

Jita kyoei - letterlijk betekent het: "jij en ik schitteren samen", "gezamenlijke rijkdom voor u en anderen" Maar wat betekent het in de praktijk?

Vandaag deel 2: Het kanji 'ei' () en de betekenis


Ji-ta kyo-ei bevat als laatste het woord 'ei' (). Het betekent zoveel als 'geluk, welvaart, voorspoed, rijkdom.' Maar dat moeten we wel verstaan zoals Kano het zelf verstond:

Het teken voor 'ei' wordt gebruikt in een woord als 'luxe' (eiga), in de betekenis van materiele voorspoed. Maar in het woord 'eer' (eijoku) betekent het roem, als geestelijk welzijn. Ik versta onder 'ei' een ideale toestand, waarin tegelijkertijd de grootste materiële tevredenheid bestaat, en ook, door het bereiken van het hoogste niveau van wijsheid en deugd, de hoogste geestelijke tevredenheid ontstaat.  (Jigoro Kano, 1923.)
Alles bij elkaar is dit geluk de vervolmaking van het zelf. Maar daarbij moeten we niet denken aan de verlichting zoals die bijvoorbeeld door het zen-boeddhisme wordt geleerd. judo is een andere soort gevechtskunst als veel andere oosterse systemen. Bij Kano is volmaaktheid altijd een morele volmaaktheid, waarbij de mens tot een hoger niveau van beschaving wordt gebracht. Ten diepste is beschaving nooit gericht op het individu, want de mens is altijd een sociaal wezen volgens Kano. Vanuit zijn eigen opvoeding (zijn moeder) wist Kano hoe belangrijk het was om altruïstisch te denken, vanuit medemenselijkheid en liefde. Op het niveau van principes en de samenleving betekent dit: ook je eigen ik kunnen loslaten omwille van het geluk van mensen samen. Dat is de basis van de wederzijdsheid in het begrip jita kyo-ei.

Over het algemeen hebben menselijke handelingen een doel. Vaak doen we dingen onbewust, maar in de regel hebben we ook een intentie. Daarbij gaat het er uiteindelijk om: handelen we omwille van ons eigen nut, of voor het nut van de wereld? (Kano, 1917)
Het individu moet er met alles wat er in hem is, naar streven om de volmaaktheid te bereiken in een ideale samenleving:

Oppervlakkige mensen denken dat men zich niet voor de medemens of de staat kan inzetten, omdat je eerst je eigen geluk moet verwezenlijken. Misschien denken ze, dat men andere landen schade mag toebrengen, als men zich voor het eigen land inzet. Maar in werkelijkheid is het zo, dat de intentie om je eigen geluk te realiseren, een weg voor de mens en de staat moet worden. (...) Daarom wil men, bij de ontplooiing van het ik, andere mensen, de samenleving, de overheid en de mensen in andere landen niet tot hinder zijn. En terwijl men naar zelfontplooiing streeft, bezorgt men de ander zoveel mogelijk nut. Dat is de weg die het menselijk leven moet gaan. (Kano, 1931)
Daarom ook de beheersing als zo'n belangrijk element. De mens moet loskomen van oppervlakkige en minderwaardige verlangens, om diepere en hoogwaardiger verlangens op te wekken. De mens is geen slaaf van zijn behoeften, maar een vrij mens die zichzelf in de hand kan houden omwille van hogere doelen.

Moraal is kort gezegd de weg, waarop we harmonie vinden tussen de behoeften van andere mensen, de samenleving, de overheid en de mensheid. Daarom is zedelijke opvoeding een morele opleiding, de inzet om van onaangepast naar volledig aangepast gedrag te geraken. (Kano 1924)

De kern van Jigoro Kano's leer over jita kyoei kan worden samengevat met één woord: onzelfzuchtigheid. Dat had Kano gewoon thuis geleerd van zijn moeder, maar ook in de leer van de Samurai. Dat waren mensen die "onzelfzuchtig handelden, met aandacht voor de grotere samenleving, waar tegenwoordig de ideeën van trouw en integriteit naar de achtergrond zijn gedrongen en mensen algemeen ik-gecentreerd zijn geworden." (Mind over Muscle, p.129)

onzelfzuchtigheid <-> egoïsme

Judo in de geest van Kano is dus: een sociaal systeem waarin de judoka niet egocentrisch mag zijn. Alleen vanuit die houding kan hij het algemeen welzijn dienen, rechtvaardig zijn, eerbied (rei) hebben voor de ander, beschaafd en sportief zijn. Daarom juist die elementen in het menu links. Jita Kyoei betekent dus ook: overwin jezelf ! Het idee van zelf-overwinning en zelf-opoffering ten bate van het algemeen welzijn, had Kano overigens ook uit Engeland gehaald, waar het al langer een sportief en maatschappelijk principe was.

Maar onzelfzuchtigheid is een morele instelling die door meerderen in onze tijd wordt gewaardeerd, tegen de stroom in. Wie denkt dat Kano overdrijft, of ouderwets is, hoeft alleen maar het onderstaande citaat te lezen. Dat is niet van de eerste de beste. En zeer actueel !
"Individualisering die doorslaat naar puur egoïsme doet afbreuk aan het algemeen belang.  Als we het zicht verliezen op wat ons allen tezamen aangaat, ondermijnen wij onze samenleving. Een maatschappij die in zichzelf is gekeerd, sluit ook de ogen voor de wijdere wereld, ontloopt verantwoordelijkheid voor gerechtigheid en miskent de noodzaak tot solidariteit. 
Spanningen en conflicten zullen zich altijd voordoen en kunnen dan ook niet worden ontkend. Maar in plaats van ze  aan te wakkeren, moeten we zoeken naar wegen om ze te beheersen en op te lossen. Over en weer vraagt dat aandacht en begrip voor de angst en onvrede die bij andere maatschappelijke groeperingen kunnen leven. In wat een mens dierbaar is en heilig, ligt zijn grootste kwetsbaarheid. Voorkomen moet worden dat gekwetste gevoelens omslaan in wanhoop en agressie. Waar het op aan komt is dat grieven worden onderkend en ernstig genomen. (...)
Samenlevingsproblemen zijn niet op te lossen met simpele recepten voor een geïntegreerde maatschappij. In elk geval wordt een gemeenschappelijke inspanning gevraagd voor discipline in de omgang tussen mensen, het bijstellen van ongenuanceerde oordelen en het doorbreken van negativisme. Hoewel het niet altijd gemakkelijk is, kan weerstand toch overwonnen worden door toenadering te zoeken tot mensen uit andere tradities en overtuigingen. Dat vergt een instelling van luisteren en leren. Een dialoog wordt mogelijk als allen daadwerkelijk bereid zijn ook éigen zekerheden in de discussie te betrekken.
Sociale vaardigheden en medemenselijk gedrag kunnen door opvoeding en goede voorbeelden worden overgedragen. Wie van kinds af vertrouwen meekrijgt zal ook eerder wantrouwen kunnen overwinnen en gemakkelijker anderen respecteren en ontzien.  In de dagelijkse omgang vormen het rekening houden met elkaar, het oog hebben voor wat een ander nodig heeft en het aandacht schenken aan mensen met problemen het cement van een leefbare gemeenschap. Door de betrokkenheid van allen kunnen wij kwetsbaarheid omzetten in kracht.
Aan gemeenschapszin bestaat vandaag meer dan ooit behoefte. Dat geldt ook voor de wereld om ons heen die zozeer roept om vrede en gerechtigheid.
“Gerechtigheid groeit waar vrede is, en wie vrede zaait, zal gerechtigheid oogsten.” Dit woord uit de Bijbel is vandaag niet minder actueel dan twee duizend jaar geleden.  Toen werd de boodschap van vrede voor alle mensen op aarde verkondigd. Ook nu vraagt dat de inzet van een ieder. De weg daartoe is die van de naastenliefde."
Uit de Kerstrede 2007 van H.M. Koningin Beatrix, Nederland (© RVD)
 

woensdag 8 mei 2013

Probeer dit maar eens uit (newaza kanteltechnieken)

Het mooie van instructiefilmpjes op het internet is, dat je een heleboel dingen kunt leren zonder leraar. En dat je van de beste leraren 'les' krijgt.

Een van die internetleraren is Kashiwazaki Katsuhiko, een voormalig wedstrijdjudoka. Hij heeft een hele serie newaza-instructies online staan, helaas alleen in het Japans, zodat je de namen van de technieken kunt verstaan, maar niet veel meer. Mooi newaza, en veel kanteltechnieken.

Wel zie je ook precies waarom deze Japanner deze technieken kan toepassen. Hij is watervlug en zijn uke weert zich niet.

En dat is ook exact het probleem waarom de meeste judoka in newaza degene die op handen en knieën of op de buik ligt, niet veel meer te bieden hebben dan flink krachtig duwen en trekken. Ik bewonder de wijze waarop Kashiwazaki in de eerste video hieronder razendsnel zijn been onder zijn uke schuift, maar a) vraagt dat een flinke lenigheid van het been, b) een enorme kracht in beide benen, en c) dat uke zo dom is niet zo te blokkeren dat het been er niet onder kan komen. Dat is hetzelfde met de overbekende 'ebi'-bewegingen om een judoka uit een houdgreep te kantelen (bijvoorbeeld bij yoko shiho gatame). Mooi bedacht, maar in randori moet je timing wel zo goed zijn, anders heeft je partner door zichzelf te bewegen jouw beweging geblokt. Katame no kata is daarin een perfecte oefening om tori's controle te testen.

Kortom. Het is mooi judo. Het gebruikt de wetten van beweging en kracht. Maar zoals wel meer judo wat door Jigoro Kano was bedacht: té statisch. Het werkt, het is leuk om het te oefenen met alle details, maar in randori moet je groot overwicht hebben, want als uke jouw trucjes kent, kan hij zich daar op allerlei manieren tegen verweren en dan moet je weer heel veel kracht gebruiken...



zondag 5 mei 2013

Jita Kyoei (1) Het algemeen nut

Jita kyoei - letterlijk betekent het: "jij en ik schitteren samen", "gezamenlijke rijkdom voor u en anderen" Maar wat betekent het in de praktijk?

Vandaag deel 1: Het algemeen nut.

Het ideaal van jita kyoei is door de principes van Jigoro Kano een hooggegrepen, wereldomvattend doel van vrede en gerechtigheid geworden. Maar wat een groot ethisch ideaal werd, begon voor hem allemaal heel praktisch, vanuit zijn filosofische studies en de ervaringen in de dojo, en natuurlijk de toepassing van het principe van seiryoku zenyo

Seiryoku zenyo, het principe van judo, kan worden toegepast op alle aspecten van het sociale leven. Maar een nieuw probleem, is dit: hóe kan seiryoku zenyo worden toegepast als twee of meer personen een groep vormen? Als mensen alleen zijn, kan het principe van seiryoku zenyo zonder probleem worden toegepast, maar als er een groep van twee of meer personen is, hoeft er maar één persoon aanwezig te zijn die zelfzuchtig handelt om een conflict te hebben. Maar als alle leden van de groep zelfzucht vermijden, en handelen overeenkomstig de noden en omstandigheden van de andere personen in de groep, kan een conflict op een hele natuurlijke manier worden vermeden en harmonie worden bereikt. Conflict schept wederzijdse vernietiging, terwijl harmonie wederzijdse winst oplevert.
Dus, als een groep mensen samenleeft, kan men niet alleen vermijden om tegenover elkaar te komen staan, maar men kan elkaar ook helpen. Er zijn dingen die je niet alleen kunt doen, maar alleen samen met anderen. Voorts kunnen de deugden en sterke kanten van iemand alleen maar andere mensen aanvullen en stimuleren. Aldus brengt die situatie voordeel voor iedereen, iets wat ze alleen niet zouden hebben. Dat noemen we sojo sojou jita kyoei, wat betekent: onderlinge welvaart door wederzijdse hulp en toegeeflijkheid. dat kan worden verkort tot jita kyoei. Om die reden kunnen we zeggen: als alle leden van een groep elkaar helpen en onzelfzuchtig handelen, kan de groep harmonieus zijn en als een eenheid opereren. Zo kan die groep zijn energie optimaal benutten, net als een individu. Dit principe blijft waar, ook in het geval van een complexe samenleving met miljoenen inwoners. Dus, als seiryoku zenyo  en jita kyoei worden gerealiseerd, zal het sociale leven zich natuurlijk blijven ontwikkelen en vooruitgaan, en als leden van die samenleving kan iedereen bereiken waarop ze hopen. (Mind over Muscle, p. 70-71)

Tot zover kan men het principe van jita kyoei misschien nog niet zien als een ethisch ideaal, maar dat is het wel.
Kano geeft hier zijn eigen toepassing van een bepaalde westerse ethiek, het liberale utilitarisme (nuttigheidsethiek) van Herbert Spencer. Spencer adopteerde een utilitaristische standaard van absolute waarde: het grootste geluk van het grootste aantal mensen. De voltooiing van het evolutieproces (Spencer was behalve ethicus en socioloog ook Darwinist en bewonderde ook het principe van 'the survival of the fittest') was de maximalisatie van nut. In de perfecte samenleving zouden individuen niet alleen genot (het hoogste doel van de utilitaristen) ervaren door het uitoefenen van altruïsme ('positieve liefdadigdaad') maar ook proberen te vermijden om anderen leed te doen ('negatieve liefdadigheid.'). Ze zouden zo instinctief de rechten van anderen respecteren, en dat leidt tot het algemeen onderhouden van het principe van gerechtigheid (justice). Spencer had invloed op de Japanse denker Tokutomi Soho, die geloofde dat Japan op het punt stond om van "militaire samenleving" een "industriele samenleving" te worden, en dat het nodig was Westerse ethiek over te nemen. (bron: wikipedia)

Jigoro Kano nam een deel van die redenering over in de beschrijving van de jita kyoei. Je ziet zijn zorgen over de politiek ook terugkomen op dezelfde toon. Wat hij niet overnam van de utilitaristen was het verabsoluteren van genot.

Kano was bovendien te zeer in de spirituele school van de Tao onderwezen om het goddeloze genieten (en verspillen van energie) te kunnen billijken. Hij nam dus de termen en sociale doelen over, en vulde die in met absolute normen van deugd en defenities van goed en kwaad (wat echte utilitaristen niet doen.) Ook putte Kano voor het idee van de onderlinge hulpverlening uit de leer van John Dewey (The School and Society, 1899), en de leer over het 'wederzijds respect' van IOC-oprichter Pierre de Coubertin. Voor Kano is het een heel berekenend idee om met zo min mogelijk energieverspilling doelen te bereiken - eigenlijk nog ongeacht welke. Dat vult hij later wél in. Wie juist op dit punt meer Westerse ideeën in de jita-kyoei-filosofie herkent, heeft gelijk. (Zo beweert ook Niehaus in zijn dissertatie, blz. 172 e.v.)
Nuttigheidsfilosofie (utilitarisme) = een filosofische ethiek die de morele waarde van handelingen afweegt aan het nut (Latijn "utilis") voor het geheel. Normaal betekent dit in dat een utilitarist streeft naar wat bevordelijk is voor het hoogst haalbare geluk van de mensheid.
Daarom zegt hij ook, heel modern aandoend:
Teneinde op een vreedzame manier samen te leven met onze naasten, is een relatie die wederzijdse hulp en samenwerking bevordert, te verkiezen. Dat betekent dat we genegen moeten zijn om aandacht te geven aan de meningen van anderen en moeten laten zien dat we bereid zijn tot compromissen. Dat wil zeggen, dat we de praktijk van het nut verwerven niet alleen op onszelf, maar ook op anderen moeten toepassen. We moeten dus niet een soort passieve burgers zijn, maar ons inspannen om deze manier van sociale interactie te stimuleren en bij te dragen tot de vooruitgang van de samenleving.
Want we moeten bij Jigoro Kano bedenken dat zijn principes zijn voortgekomen uit:
  • een doorgedreven nuttigheidsdenken, overgenomen van de (Engelse) filosoof Herbert Spencer, wat Kano combineerde met de Tao van de Chinese filosofie en de geest van Kito Ryu. (nuttigheidsdenken/versmelting van ideeën) 
  • een moreel idealime, dat geweld en conflicten verafschuwde, gefundeerd in absolute en universele nomen van waarheid, schoonheid, goedheid, en eenheid in alles (holisme/Japanse en Chinese religie en filosofie). 
  •  een sportief ideaal: de filosofie van Pierre de Coubertin en het Internationaal Olympisch denken, waarbij sport als middel werd beschouwd om volken bij elkaar te brengen. 
Bij dit alles moeten we bedenken dat Kano in de tijd kort na de eerste wereldoorlog door Europa had gereisd en in levende lijve de verschrikkingen van de oorlog had gezien. Zowel de onmenselijkheid van de verwoesting, als de manier waarop mensen na de oorlog met bijna niets efficient moesten omgaan om het leven vorm te geven, hadden een diepe indruk op hem gemaakt. Jigoro Kano was ten diepste een syncretist: hij verenigde uit alle ideeën die hij ontmoette de elementen die hem goed leken. Die paste hij toe op zijn judofilosofie.

woensdag 1 mei 2013

Mooi nage no kata (Kenshiro Abbe)

Zo te zien in Nederland opgenomen bij de zomersessies in Well: een prachtige en dynamische uitvoering van het Nage no Kata door de judolegende Kenshiro Abbe. Vloeiende kata guruma en alle worpen vol snelle actie. En zoals een judokenner er over opmerkte: eindelijk een uitvoering waarbij men niet steeds het judogi zit goed te trekken! Kijk en geniet van dit historische materiaal...


zondag 28 april 2013

Klagen is geen judo houding

Van een bevriende bankrelatie kreeg ik een uitnodiging voor een ludieke workshop met de titel 'de kracht van anti-klagen.' In de beschrijving staan de volgende heldere lijnen uitgezet:
  • met klagen komen we niet verder in het bereiken van onze doelen
  • chronisch klagen is besmettelijk
  • klagen kan hele samenwerkingsverbanden tot stilstand brengen
Het deed me direct denken aan wat Jigoro Kano eens heeft geschreven:
Wat is er nou zinvol aan klagen? Het is zeker geen pretje voor degenen die naar de klachten moeten luisteren. De energie die wordt gebruikt om onplezierige klachten te uiten, kan zeker niet beschouwd worden als seiryoku zenyo. Nee, al de energie die wordt gebruikt om te klagen en te mopperen kan veel nuttiger worden besteed. Dat betekent: ruk jezelf los van al die onplezierige gevoelens en houd op met al die zieke praat naar anderen toe. Uiteindelijk zal blijken dat je al die energie het beste kunt geven aan je eigen geluk of de verbetering van de samenleving. Dit principe moet worden toegepast, overal en altijd. (Mind over Muscle blz. 81)
De bank snapt dat het voor de relaties en de opbouw van goede samenwerking tussen bedrijven belangrijk is om een positieve en opbouwende houding aan te nemen in alles, maar de gemiddelde Nederlander denkt daar - zeker in crisistijd - heel anders over. In plaats van de zegeningen te tellen, concentreren veel mensen zich wel degelijk op elke minuscule zegening die ontbreekt. Daarmee krijg je een negatief gist in de samenleving wat zich inderdaad als schimmels ondergronds verspreidt.

Maar de drie elementen van de bank zijn ondertussen volledig waar. 
  1. Klagen verduistert onze doelen. Voor een judoka in de geest van Kano is dat een soort doodzonde. Kano stelt altijd dat de enige manier om je energie goed te gebruiken is: efficiency en doelgerichtheid. Als je niet weet waar je héén wilt onderweg, rijd je maar wat heen en weer en kom je nooit aan. Als je op de mat maar wat klooit en verveelt met elkaar, komt er behalve wat duwen en trekken nooit een fatsoenlijke techniek. Maar de judotraining is uiteraard slechts een training voor het echte leven van mensen met elkaar. Als je niet samen positief en eensgezind ergens naar streeft, zullen alle gesprekken voeren tot misverstanden, onbegrip, conflicten en na veel verspilde energie geen enkel doel hebben gediend.
  2. Zeker, als we te veel klagen, is dat aanstekelijk. Een negatieve sfeer is zo gemaakt, het opbouwen van een positieve sfeer is veel moeilijker! Vandaar dat alle trainingen en cursussen in het bedrijfsleven proberen te werken aan een positieve sfeer, en om dát aanstekelijk te maken.  In judotrainingen (en andere sporten) wordt daarom enorm gepusht om altijd maar door te gaan. Niet aan de kant gaan zitten, doorgaan! Als er één geen zin meer heeft (jeugdgroepen hebben dat nogal eens) hebben er anderen ook al snel geen zin. Net zoals als er één naar de wc gaat, daarna al snel iedereen 'moet'.
  3. Klagen kan hele samenwerkingsverbanden stilleggen. Het verlamt. Niemand ziet meer licht. En omdat men geen doel meer heeft en dingen mislukken, gaat men nóg meer mopperen. Het bevestigt zichzelf: zie je wel. Ik kan niks, ik ben niks, het wordt niks. In judo is echter het principe van jita kyoei van toepassing: alleen samen kunnen we schitteren. Alleen wordt het niks, met een ander erbij wordt het pas mooi. Partnerschap! Alleen als beide judoka positief elkaar aanmoedigen, komen ze samen op het doel (een mooie techniek). Maar ook hier is de judotraining één op één toepasbaar in het gewone leven. In bedrijven. In vergaderingen. In gezinnen. Je staat samen voor een bepaald doel, je moet het samen doen, en dan kun je niet negatief of mopperig tegenover elkaar gaan staan, dan vernietig je elke vorm van samenwerking en blijf je alleen over. Alleen kun je echter niet judoën, maar alleen kun je ook niet leven en maar zelden iets bereiken.

Kortom: wie leeft in de geest van het judo, en zijn energie goed en doelgericht gebruikt, kan alleen maar positief zijn. Dat moet een grondhouding worden. Dat kun je leren op de mat. Door ook door je pijn en frustratie heen te trainen en niet te mopperen, niet op te geven, maar juist anderen aan te moedigen. Dan trek je elkaar er doorheen en wie dát voelt... kan het ook buiten de dojo.

Ik wens niet alleen de mensen van de bank, maar ook elke judoka in welke vorm hij ook met anderen samenleeft, een klaagvrije werk- en leefplek, en een positieve judohouding in alles.



En tel altijd je zegeningen! Het zijn er meer dan we soms denken...



woensdag 24 april 2013

剛の形 Vormen van hardheid

剛の形 Gô no kata is een kata die we niet snel zullen beoefenen, zelfs niet voor een zesde-dan-examen. Toch is het een Kodokan kata van het eerste uur (1887).  Alleen, zoals men zegt, op het laatste uur van Jigoro Kano nog niet voltooid. Toch staat dit kata vol met bekende technieken. 
Waarom doen we die dan niet gewoon eens een keertje? Of kennen we deze 10 technieken niet? 

1. Seoi Nage 
2. Ushiro-goshi 
3. Sukui Nage 
4. Hidari Seoi Nage 
5. Uki-goshi 
6. Hadaka-jime / Koshi-kudaki 
7. Tobi-goshi / Uki-goshi 
8. Osoto-otoshi 
 9. Ushiro-goshi 
10. Kata-guruma 

Misschien dat alleen 6B en 7A niet meteen bekend zijn, maar verder? 

Maar goed. Wat betekent dat Japanse kanji 剛 Gô eigenlijk? Iets wat we bij judo eigenlijk allemaal heel vaak doen, maar wat niet hoort. 剛 Gô is namelijk exact het tegenovergestelde van 柔 Jû... Go no kata dan het tegenovergestelde van ju no kata? Hmmm dát is niet helemaal waar hoor! Oorspronkelijk heette dit kata namelijk goju no kata: vormen van hardheid en flexibiliteit. Men moet beide kata eigenlijk als complementair zien, en in die zin vormt het net als ju no kata een hoeksteen van het judo...

Jû is: meegeven door zachtheid. Gô is: meegeven met volle kracht. Is dat wel judo? Ja, de stichter vond van wel en ik kan hem nog begrijpen ook. Want het go no kata leert nu juist om niet als een idioot op volle kracht te gaan staan duwen en trekken, maar juist die volle kracht met verstand te gebruiken. is zo ook het tegenovergestelde van 'domme kracht' en tori gebruikt die zoals een judoka betaamt. 

Wat wilde Kano bereiken met dit kracht-kata? Niet de beide judoka uitputten, al zal dat vast het geval zijn na deze 10 technieken op deze manier. Maar wél wilde Kano als het ware de judoka laten leren wat ze voelen als er op hun lichaam extreme kracht en druk wordt uitgeoefend en hoe ze daar mee om moeten gaan. Simpel als dat. Dit kata wil de judoka opvoeden in het besef van de biomechanica van de toegepaste technieken. En door het principe vast te houden dat de tori de kracht van uke en hemzelf goed gebruikt (seiryoku zenyo) is het ondanks de enorme druk die ontstaat, toch 'zachtheid overwint hardheid'. Een uitstekend artikel (in het Engels) vinden we hierrr en daarin wordt door beide judoka ook uitgelegd dat het niet waar is dat dit kata eigenlijk verloren was/is. In Japan doen ze het nog. Moet het daarom nu ook meteen hier worden gedaan of 'gereconstrueerd' zoals J. Muilwijk dat in zijn boek zegt? Dat is te bezien. Syd Hoare, een goed judo-historicus en kenner van Kano, zegt dat Kano dit kata niet voor niets in de ijskast zal hebben gezet. Maar goed, er is altijd iets van te leren.

Dit is de uitvoering die door de 'kenners' als de beste wordt beschouwd, dus die plakken we dan ook maar in deze blog. Denk er van wat je wilt...




zondag 21 april 2013

Opvoeding van het hart: deugden (2)

Wilskracht en motivatie

Belangrijk voor een judoka en voor elke mens is: motivatie. Je kunt nog zo'n mooie ethiek of moraal onderwijzen, maar je hebt niets aan deugden als de leerlingen ze niet willen toepassen. Daarom ook niet alleen onderwijs, maar vooral opvoeding. Opvoeding is meer dan leren. Het is het motiveren tot een levenshouding. Dat was dus volgens Jigoro Kano de belangijkste taak van het Kodokan (judo).

Tegenwoordig wordt er veel gesproken over normen en waarden in de opvoeding. Alsof het dat alleen is.
  • Normen zijn objectief. Het zijn een soort wetten, stellen grenzen. Ongemotiveerde mensen zoeken die grenzen op - om ze te overschrijden.
  • Waarden zijn subjectief. Het belang is wat iemand er zelf van vindt. Ongemotiveerde mensen halen door een lage waardering normen onderuit en relativeren hun belang.
Daarom is het trainen van motivatie en wilskracht zo belangrijk. Deugden helpen daarbij. Omdat deugden de weg wijzen naar een concreet doel en zelfs voor luie of egocentrische mensen inzichtelijk maken dat je er beter van wordt, kunnen deugden motiveren. Deugden zijn bovendien controleerbaar aan te leren, en scheppen voldoening als iets goeds wordt bereikt. Ook vanuit het opvoedkundige element "inspanning - beloning" hebben ze dus waarde.

De rechtvaardigheid (de jita kyoei) als doel van alle deugden ordent het streven van mensen. Het is de norm voor goed of kwaad. Je kunt namelijk ook heel erg gemotiveerd zijn om met veel verstand en moed slechte doelen te stellen. Dat is de drijfveer van criminelen die medemensen doden, en tirannen die ten oorlog trekken. Maar ook sommige judoka vechten op een oneerlijke manier, door alleen te willen winnen, zelfs met vuile methoden. Zeer gemotiveerd, alleen is hun moed en verstand op het verkeerde gericht. Dan is de objectieve orde van het algemeen menselijk welzijn van belang, weergegeven in de principes van jita kyoei. Wie zijn deugden daarop afstemt is in de ware betekenis: ‘van goede wil’. Een goede intentie is dus vreselijk belangrijk. Goed is niet wat goed voelt, maar wat genormeerd is door het doel. Iets anders moet je niet willen.
De motivatie om met de deugden tot het doel te komen, moet van binnenuit komen. In de dojo en in het leven doen we het goede niet omdat het moet, maar omdat we met ons verstand inzien dat die weg verreweg de beste is en we met ons hart voelen dat we daardoor gelukkige mensen zullen zijn. Op die manier is de ethiek van de deugden (wat Kano noemt) echte "zelfverwerkelijking" , een weg, een levenskunst.




Deugd en seiryoku zenyo

Wat hebben de deugden te maken met het principe van seiryoku zenyo? Horen ze niet thuis bij de jita kyoei?
Het antwoord is: natuurlijk hebben de deugden te maken met de jita kyoei, want ze brengen dat doel dichterbij.

Deugden scheppen echter vooral orde in de middelen om bij het doel te komen. Deugdzaamheid is: door herhaalde training maakt de mens zich een aantal fundamentele bewegingen en houdingen eigen die hem helpen om zijn doel zo efficient mogelijk te bereiken. Wie leeft zonder deugden, leeft zonder structuur of principes. Vaste structuur en motivatie zijn nodig om efficient te kunnen werken.
Als een bedrijf dat bijvoorbeeld vrachtwagens assembleert, geen duidelijke en gestructureerde opzet zou hebben bij de lopende band, werden de trucks niet in de juiste volgorde in elkaar gezet, wat veel extra arbeid en energie kost. Handelen volgens de principes van assembleren helpt om efficient en kostenbesparend trucks te bouwen.
Als een judoka elke o soto gari op een 'nieuwe' manier wil uitvoeren, en zomaar wat met zijn been zwaait, de ene dag zus, de andere dag zo, leert hij de worp nooit. Dat kost veel extra energie. Trainen volgens de principes van judo helpt hem om de worp beter en efficiënter aan te leren.
Als een mens naar zijn doel toewerkt, en daarbij de ene dag dit doet en de andere dag dat, moet hij zichzelf steeds weer hernemen en eigenlijk elke keer het wiel uitvinden. Dat kost veel extra energie. Deugdzaam handelen volgens principes kan hem helpen efficienter zijn doel te bereiken.

Jigoro Kano leert dan terecht dat, als we judo consequent en deugdzaam beoefenen, we leren om op de tatami en in het gewone leven met meer gemak en zo min mogelijk inspanning ons doel te bereiken. Op die manier zijn deugden een deel van de leer over seiryoku zenyo.
De judoka moet zijn geest in orde maken, nooit angst voelen, nooit zijn beheersing verliezen, zichzelf nooit laten gaan. Hij moet cool en kalm blijven, maar niet wegdromen. Hij moet handelen zo snel als zijn gedachten gaan, aangepast aan de omstandigheden. Hij moet behendig en vrijpostig zijn in aanval en verdediging.
Sakujiro Yokoyama en Eisuke Oshima

"Geestelijk zijn" kan zowel ethisch als religieus worden geïnterpreteerd, maar judogeest gaat abosluut samen met rechtvaardigheid en is niet te verenigen met onrecht. Dus de techniek volgt per se het principe van de moraal. Welnu, rechtvaardigheid betekent: uitgebalanceerd zijn, geestelijk en lichaamelijk.  Onrecht of onrechtvaardigheid betekent niet in balans zijn. Dat is gemakkelijk te begrijpen want als de geest in harmonie is met het verstand, is je humeur zuiver en kun je totaal vrij handelen. Daarom, "ju" of met andere woorden "door niets worden verstoord", is: tolererantie of vrede stichten. (...)
Het is oppervlakkig om te denken dat judo zomaar een individuele zaak is, omdat het zich afspeelt tussen twee personen. Echt judo betekent: de manifestatie van verstandigheid en niet alleen van fysieke kracht. judo-waarheid laat geen onrecht toe en is alleen maar in overeenstemming te brengen met het ontwikkelen van een wereld die er uitziet als een vredig en mooi menselijk, samenwerkend lichaam
Kyuzo Mifune

dinsdag 16 april 2013

Ganseki otoshi 岩石落

Hoe gooi je een grote steen over je rug? Wij kennen allemaal Obelix die de hele dag met een menhir op zijn rug rondloopt, en in de strip is het 'menhir-werpen' een leuke sport. LOL. In het judo is uke soms jouw menhir en die moet op zijn rug worden gesmeten.

De grote menhir heet in het Japans 岩石: ganseki. En die moet worden gesmeten, 落 otoshi. De grote steen neersmakken.



De techniek is een van de onbekende, maar nog steeds bestaande technieken die afkomstig zijn uit het Koryu Jujitsu en in het judo naar de marge verdwenen zijn. Toch is hij bekend door niemand minder dan Kyuzo Mifune, die het in zijn Canon of Judo heeft opgenomen en er zelfs een filmje van heeft nagelaten.



Het gaat ongeveer als volgt in het judo (aikido heeft er een andere vorm van, met wel hetzelfde uitgangspunt uiteraard). Tori probeert een staande verwurging aan te zetten (gyaku juji jime) en als uke zich daar tegen verdedigt door de armen weg te drukken (zodat de verwurging niet slaagt) , draait tori in, de kragen nog vasthoudend, verlaagt zijn zwaartepunt en slingert uke als een grote steen over zijn schouders.

Toshiro Daigo beschrijft de worp (die uiteraard onder de tewaza valt) in zijn Kodokan Throwing Techniques op blz. 20-22, maar zegt er meteen bij dat het onderscheid met andere tewaza wel helder moet blijven. Als tori namelijk op één knie valt bij het werpen, wordt het toch echt een seoi otoshi (dat heet dus géén seoi nage op de knieën!!!) en als hij de arm pakt en de kragen loslaat, wordt het een ippon seoi nage. Tsja, dan zien we meteen waaraan het verwant is, in gewoon Nederlands: een schouderworp.

Toch vind ik hem interessant, hoewel hij in het gewone randori zo ongeveer weg is. Net zoals de staande verwurgingen. En dat vind ik nou net zo leuk. Ik heb al eerder geschreven dat ik het aikido zo veelzijdig vind omdat ze meerdere aanvalsvormen kennen. In het moderne wedstrijdjudo is bijna alleen de standaardpakking nog overgebleven. Jammer! Waarom niet die aanvallen op beide kragen? Waarom - als er al verwurgingen worden aangeleerd - zo vaak de technieken vanuit kantelbewegingen in newaza, terwijl alle kansetsu- en shimewaza in staande positie (tachiwaza) als 'gevaarlijk' worden afgeschreven? Hmmm ik weet dat de meelezende jujituska's nu zullen zeggen: "Erik, je moet nodig een lesje jujitsu gaan doen", want daar word je op je wenken bediend. Haha. Ja, maar hoe waar dat ook is, het is wel goed dat ook de judoka niet afwijzen wat tot hun erfgoed behoort. Dus: wurg je uke eens een keer staande - verras hem eens lekker - en als hij in lichte paniek reageert en wat voorover gaat leunen, maak tai sabaki en knal hem over je rug. Ganseki Otoshi. Bang ippon.

(*Noot: het vraagt een enorme souplesse en kracht in je armen en schouders om hem te doen. We zijn helaas niet zo soepel als Mifune hè...)

zondag 14 april 2013

50000 pageviews!

Deze morgen is mijn weblog over de grens van 50000 pageviews heengekropen. Nog geen jaar geleden was het nog minder dan de helft... dik 25000 in een jaar voor dit heel specifieke JUDO-weblog, is bijna 70 per dag... gigantisch, echt waar.

Ik dank alle trouwe bezoekers hartelijk, en ook degenen die soms via Facebook of Twitter mijn pagina's linken. Zeker als ik iets over de JBN schrijf, schiet de teller door het plafond. Het zou ook mogen met inhoudelijke pagina's zoals het blog van vannacht, wat gelukkig ook gedeeld is via Facebook. Want ja, ik schrijf wel eens iets over judo-politiek, maar verder is het echt mijn bedoeling een inhoudelijk weblog in de lucht te houden. Over opvoeding, deugden, zachtmoedigheid, en de toepassing daarvan in het dagelijks leven en op de judomat. 

Hoe dan ook: stay tuned. Er komt nog meer! En hopelijk worden we er allemaal iets betere judoka's door, technisch en moreel!

Opvoeding van het hart: deugden (1)


Aristoteles (384-322 v. Chr) heeft met dit woord bewezen dat de wijsheid van de opvoeding niet begonnen is met Rousseau (1712-1778) noch met Jigoro Kano (1860-1938) waarbij deze laatste weliswaar op een judoblog hoog in aanzien staat, maar buiten de judowereld niet bekend is als opvoeder en pedagoog.

Maar de nadruk die in het judo ligt op de morele opvoeding wijst wel in de richting die Aristoteles ook al bewandelde. Want elke moraal die alleen aan de buitenkant blijft van de mens, als een gebod wat van buitenaf wordt opgelegd, snijdt uiteindelijk geen hout. Aristoteles was ook de man van de grootste ethiek van de klassieke oudheid. Voor hem was de deugdzaamheid het belangrijkste instrument van echte opvoeding. Jigoro Kano heeft er veel van meegenomen in zijn studies.


Deugden - bijna een doel op zich

De deugdenleer van Jigoro Kano is het toppunt van ethiek. Als ergens duidelijk wordt wat hij bedoelt met morele en intellectuele opvoeding, is het wel op dit punt.
Aan de ene kant is morele opvoeding een kwestie van kennis. Dat wil zeggen, het is nodig om met je verstand te weten wat goed is en wat kwaad is. Het is ook nodig om het vermogen op te bouwen om onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad in verschillende complexe situaties. (...)
Aan de andere kant is morele opvoeding een kwestie van emoties. Ook als je in staat bent met je verstand goed en kwaad te onderscheiden, zul je niet in staat zijn om het goede te doen en het kwade te laten als je niet emotioneel getraind bent om te willen wat goed is en niet te willen wat slecht is.
Maar zelfs als je probeert het goede te doen en het kwade te verwerpen - als je wilskracht zwak is, zal het tegenovergestelde resultaat worden behaald. Daarom is de training van de wil ook een onderdeel van de morele opvoeding. Een zwakke wilskracht kan tot gevolg hebben dat je niet kunt doen waarvan je weet dat het goed is, of de onmogelijkheid om tegen te houden waarvan je weet dat het verkeerd is.
Het is dan ook belangrijk om niet overhet hoofd te zien wat de betekenis van de gewoontes zijn. Zelfs als je de bedoeling hebt om het goede te doen en niet de gewoonte hebt ontwikkeld om het ook daadwerkelijk te doen, zullen de beste intenties gemakkelijk falen. Zelfs de beste intenties om het kwade te verwerpen kunnen mislukken als je niet de gewoonte hebt om zo te handelen. Om die reden moet je er aan werken om goede gewoontes te cultiveren, het goede te beminnen, en het slechte te verwerpen, de hele dag door. (Jigoro Kano, Mind over Muscle, p. 68-69)
Kano heeft hier de belangrijkste punten helemaal helder in beeld.
Moreel opvoeden en juist handelen dus hangt af van:
  • kennis van goed en kwaad
  • emoties trainen en beheersen (zie ook de eerdere blogs over 'beheersing')
  • wilskracht sterken (daarover ga ik het binnenkort nog hebben)
  • goede gewoontes vasthouden en blijven doen.
Die goede gewoontes, met gemak en overtuiging in de praktijk gebracht, noemen we vanouds een 'deugd'. En die moeten iets zijn van de 'binnenkant', het hart.
Moraal (dotoku) moet altijd intellectueel (chiteki), en met gevoel (joteki) en door de gewoonte (shukanteki) gevormd worden. (Jigoro Kano, 1927, KJT 5, 387)

De ontsporing van de gemeenschappelijke moraal vandaag de dag is in de eerste plaats het gevolg van het ontbreken van nadruk op de deugden. Ik geloof dus, dat degenen die aan judo doen zich heel bijzonder moeten toewijden aan deze zaken en de tegenwoordig zo vergeten publieke moraal moeten herstellen. (Mind over Muscle, p. 105-106)


Deugdenleer

Een klassieke definitie is:
De deugd is een levenshouding, een vaste gesteltenis, om het goede te doen. Ze maakt het de mens mogelijk, niet alleen goede daden te stellen maar ook het beste van zichzelf te geven. De deugdzame mens streeft naar het goede met al zijn zintuigelijke en geestelijke krachten. Hij streeft het na en kiest ervoor in concrete daden. Het worden standvastige houdingen, stabiele gesteltenissen, vervolmakingen van het verstand en wil, die tot levenshoudingen worden, onze daden regelen, onze hartstochten ordenen en ons gedrag leiden volgens de rede. Ze verschaffen gemak, beheersing en vreugde om een moreel goed leven te leiden. De deugdzame mens is hij die in vrijheid het goede doet.
In aansluiting op de deugdenleer van Jigoro Kano is het misschien goed om in het algemeen iets te zeggen over deugden zoals wij die vanuit het westen kennen. Kano kende deze leer zo te lezen erg goed. De Griekse filosoof Plato kent aan vier deugden een hele bijzondere plaats toe. Ze worden ook wel 'kardinale deugden' genoemd (kardinaal = ze hebben een spilfunctie.)
  • verstandigheid - de wijsheid die alles (doel en middelen) in de juiste maat ordent.
  • moed - de innerlijke standvastigheid en volharding om te handelen
  • matigheid - evenwicht in verlangens en emoties
  • rechtvaardigheid - iedere mens krijgt waar hij recht op heeft: vrede, harmonie, vrijheid, algemeen welzijn.
Over de eerste drie kardinale deugden spreekt Kano veel en je hebt ze bij judo ook per se nodig. Rechtvaardigheid is wat anders. Dat is bij Kano bijna een doel op zich, je zou het als een morele weg naar de jita kyoei kunnen beschouwen. Het gaat daarbij ook niet om een individuele houding, maar een houding die betrekking heeft op de orde tussen mensen en de samenleving. De rechtvaardigheid is als het ware de absolute norm voor goed en kwaad.

Kano sluit dus aan bij de deugdenethiek van het westen (die hij kende vanuit zijn contacten met westerse filosofen). Volgens Aristoteles is een deugdenleer altijd doelgericht (met een moeilijk woord: teleologisch). Bij Kano is dat doel van menselijk leven de jita kyoei, en de vervolmaking van de mens als persoon in relatie tot de samenleving en de wereld. Het grootste geluk is als je een waardevol persoon bent geworden, iemand die iets goeds heeft kunnen betekenen voor anderen. De deugd is een manier waarop het doel wordt bereikt.

dinsdag 9 april 2013

Lekker vliegen met o goshi

Afgelopen week trainde ik met een van de judoka die pas in onze groep is gekomen. Nikyu, jong en sterk. Heupworpen oefenen, vrij trainen terwijl anderen examen deden aan de andere kant van de mat. Nu hoef je bij oefenen niet tegen te werken alsof het randori is, maar ik laat me niet werpen als de ander mijn balans niet verstoort. Dat deed de jonge judoka prima. We hadden net het verschil geoefend tussen uki goshi en o goshi, en meneer trekt me aan de mouw, komt er diep onder en hoewel ik 25 kilo zwaarder ben dan hij, verraste hij met een perfecte worp, en een perfecte controle. Ik knálde werkelijk op de mat, wow! Geweldig gewoon. Ik vermoed dat de jongeman niet eens doorhad hoe prachtig zijn worp was, en hij ook niet kan bedenken hoe enorm ik er van genoten heb! Vallen vind ik alleen vervelend als de ander me niet controleert, of erger nog: eigenlijk niet werpt. Dit was echter fantastisch!

Wat was nou het geheim? Dat wilde ik nog wel een keer terug-bedenken na deze fijne vliegles. Op zich is het een sterke kerel, maar normaal kan hij mij echt niet 'tillen'. Toen we daarna kata guruma gingen oefenen, bleek hij het principe nog niet helemaal te voelen, en dus kon hij me dan niet 'tillen'. Ik zet tillen bewust tussen aanhalingstekens. Want het gaat uiteraard helemaal niet over tillen en gewichtsverschillen. Als er namelijk één worp sterk is om te voelen wat het betekent om de trekkende hikite-hand goed te gebruiken, in combinatie met een goede balansverstoring door de tsurite, de pakking op de rug, én... de juiste manier om onder mijn zwaartepunt te komen, is het wel o goshi. Nou ja, mijn eigen favoriete heupworp is sode tsurikomi goshi hoor (drie keer raden waarom) maar ik was erg tevreden over de o goshi waarbij ik mocht vliegen.  Want de jongen zakte mooi door zijn knieën, hij is al een beetje kleiner dan ik, en kwam daarom prachtig met zijn heup onder mijn zwaartepunt. Ik kantelde precies zoals bedoeld over zijn heup, en béng, ippon!

Het was dus ongeveer zoals Tadashi Koike doet in deze video: 




Ik kan gewoon nog nagenieten! Wat kan één perfecte judoworp toch je hele avond goedmaken zeg...


zondag 7 april 2013

Lolcats

Persoonlijk ben ik best een fan van lolcats, die je op Facebook steeds vaker aantreft, net als internetmemes, die ook vaak alledaagse plaatjes zijn met een hilarische tekst in dikke witte letters. Er is al genoeg somberheid en aangezien katten de prachtigste gezichten kunnen opzetten... katten zijn net mensen soms!

Nou ja, wij mensen bedenken gedachten voor een kat, terwijl die kat helemaal niet denkt zoals mensen. En daarom ook deze gedachten op een judoblog, toen ik een lolcat aantrof die een hadaka-jime op een andere kat aan het toepassen is. Een schitterend plaatje, dat wel! Want de uke-kat ziet er echt uit alsof hij zó bewusteloos wordt gewurgd, met grote ogen en trappelend met de pootjes. Terwijl de tori-kat echt de dominante koele kat is, die bijna wil zeggen: "klop dan af, domme kat!"


Haha leuke tekst erbij, lekker intimiderend. "Doorlopen, dit gaat je niks aan!" Nou ik loop dus niet door, tori-kat! :P
Katten kunnen in het echt ook vreselijk vechten, en aangezien het soepele dieren zijn, is het maken van soepele ebi minder moeilijk dan voor mij. Maar katten kunnen ook gemeen zijn, want ze kennen geen wedstrijdregels voor het pakken van beentjes en krabben en bijten is ook al niet verboden. Tsja, wat moet je een dier ook verbieden, want 'verbieden' en 'opvoeden' kan bij een dier alleen worden afgedwongen door het beloningssysteem. Haha daar kunnen ze hun tong naar uitsteken, maar als de blikopener in de la blijft, moeten ze toch echt weer op muizenjacht!

Toch blijft een kat een dier wat puur op instinct werkt, en dat is het verschil met de opvoeding van mensen en katten. Een mens kan soms ook dierlijke instincten hebben en die botvieren op de medemens. Maar dan nog spreken we bij mensen meer over het 'onderbewuste' want wij kunnen uiteindelijk ook leren nadenken over de instinctieve kanten van ons bestaan en die ordenen. Een mens kan kiezen om zich te beheersen met eten om allerlei rationele argumenten. En zo leren we ook hoe we onze mannelijke instincten van het vechten moeten ordenen. Die orde maakt ons vrij. Wij krijgen de vrijheid als we het onderbewuste 'bewust' kunnen maken en er dan goed mee om kunnen gaan. Beheersing geeft vrijheid.

Toen waren we bij judo aangekomen. Judo is (net als alle gevechtskunsten) een kwestie van technieken die met de natuurkundige en biologische wetten in de hand een ander kunnen uitschakelen. In het oude Japanse jujutsu met de bedoeling om de ander eventueel te doden in het duel. Jigoro Kano had de bedoeling het dierlijke uit het gevecht te halen. Opvoeding is altijd: instincten ordenen en beheersen. Bij alles leren nadenken en wat je voelt, altijd vanuit een harmonie gedacht en niet louter de competitie zoals vechtende katten elkaar naar het leven kunnen staan. Morele opvoeding voegt daar iets aan toe: weten wat goed en kwaad is, en daar naar handelen. (daarover volgende week nog meer!) Alleen op die manier kan judo ook helpen om als mensen onder elkaar getraind te zijn in partnerschap en respect. Omdat wij kunnen dénken bij wat we doen en na onze houding met duizend uchi-komi te trainen, automatisch goed met elkaar omgaan zoals we dat na jaren judo ook op de mat kunnen op gevoel. Dat was wat Kano bedoelde met de diepe dimensie van het judo: de moraal van jita kyoei aanleren.

We kunnen bij alle katten denken wat we willen en lachen wat we willen. Wij kunnen dat omdat wij er in vrijheid bij kunnen denken. Maar uiteindelijk doet een kat wat hij moet doen, en wij wat we willen doen. Dus kunnen wij judokatten en kungfukatten bedenken terwijl die kat van niks weet. Toch zijn wij als judomensen beter af in onze gevechten, omdat ik een betere kans heb bij die hadaka-jime verwurging als die arme lolcat! Als mijn partner in het newaza wel-opgevoed is... is het prettig om in zo'n wurggreep te belanden. Als mens en partner.


Jij weet dus helemaal niks, kat! LOL!