zondag 30 augustus 2009

Blijf van de benen af!

Dit is van nu af niet meer de bedoeling op de internationale wedstrijdmat:

Morote gari, kuchiki taoshi, maar zelfs ook kata guruma sneuvelen onder de restauratiedrang van de Internationale Judo Federatie (IJF) met ingang van de Junior WK in Parijs.

Na verschillende pogingen het wedstrijdreglement zó aan te passen dat de judoka ook echt judo zouden gaan doen in plaats van worstelen in judopak, heeft men nu deze draconische maatregel genomen. Alle aanvallen met de handen naar de benen die niet als overname of counter bedoeld zijn, worden bestraft met shido (één waarschuwing) en bij de tweede keer met hansokumake. Keihard.

Deze wijziging volgt op de maatregel eerder dit jaar, om de passiviteit te bestrijden en het grijpen van de broekspijpen te verbieden. Toen mocht het grijpen naar de benen nog wel - nu dus ook niet meer.

De judowereld staat op zijn kop. Op de judofora buitelt men over elkaar heen. Degenen die het moderne judo wel prima vinden, zijn uiteraard in alle staten. Morote gari en (lage) kata guruma hoorden immers bij de favorieten, net als het voorover gebogen vechten. Maar ook de traditionalisten zijn teleurgesteld. Want vroeger (toen men zei dat het judo allemaal beter was... lol) waren er juist minder regels. En hoe kan men nou technieken verbieden die al zo lang deel uitmaken van het judo, zoals de kata guruma die door Kano zelve in de Nage No Kata is gezet als één van de kernprincipes van het werpen. Ja ja.

In de eerste plaats gaat het natuurlijk alleen maar over het wedstrijdjudo. Traditionele judoka (zoals ik) zullen graag benadrukken dat shiai maar een deel is van het complete judo - en niet eens het belangrijkste. Het wordt nu iets te belangrijk gemaakt, lijkt het wel. Het judo gaat echt niet verloren met wat wijzigingen in een wedstrijdreglement.

In de tweede plaats is het een duidelijke poging (alweer) om het judo als 'rechtopstaand' in tachiwaza te herstellen. Aanvallen op de benen met de handen zijn ipso facto niet rechtopstaand, tenzij een dwerg tegen een reus vecht, of als ik bijvoorbeeld tegen een kind zou vechten. (Nou, mijn jeugdige judovrienden mogen best morote gari op mij proberen, hoor!)
Als we echter kijken naar het judoën volgens de principes, dan is natuurlijk duidelijk dat alle aanvallen met de handen onder het lichaams-zwaartepunt niet zo energie-efficient zijn, tenzij ze héél goed de balans van de ander verstoren. Hoe dat moet, leren we bijvoorbeeld in NNK bij kata guruma. Waarbij de meeste gevorderde judoka er nóg een halve brandweergreep van maken, met heel veel spierballen. Niet goed dus.

Het is misschien vervelend om te moeten zeggen tegen de judoka die al zoveel jaren met veel plezier krachtig wedstrijdjudo doen, maar als je écht het oorspronkelijke judo van Jigoro Kano wilt beoefenen, dan kom je altijd weer uit op de tachiwaza-technieken met de perfecte balansverstoring die hij in Kito Ryu leerde. De kern is steeds: super energiezuinig werpen, rechtopstaand, vanuit een zuivere pakking, of als verdediging tegen een slag-aanval (daar zie je de jujutsu achtergrond, vgl. ippon seio nage in NNK!) En ik kan alvast voorspellen dat dit niet de laatste regelwijziging zal zijn. Zullen we wedden wat het volgende is? Ik gok op alle worpen die op de knieën worden uitgevoerd, de zogenaamde 'drop' seoi nage en dergelijke. Om dezelfde reden dat ze niet de staande technieken zijn en alleen met veel kracht kunnen worden toegepast, op de grens van tachiwaza en newaza

Ik bewonder de poging van Jan Snijders en de andere bestuursleden van de IJF dat ze de moed hebben steeds opnieuw hun nek uit te steken en het judo bij te stellen richting de wortels. Van Jan Snijders is het helemaal te begrijpen. Hij kent het prachtige judo uit de jaren 60, met Geesink en Ruska. De tijd van Hirano en Michigami, de genieën die schitterend judo leerden. Wie het verval heeft gezien en in de positie is om iets te herstellen, mag het doen. Al vrees ik dat de judoka wereldwijd niet zoveel zin hebben om zich terug te laten fluiten van hun vrijgevochten wegen. Vooral in Amerika en sommige voormalige Oostbloklanden zal de aantrekkingskracht van andere vechtsporten die aan het judo verwant zijn, sterk toenemen. Dat is dan maar zo. We moeten er wat voor over hebben om het wedstrijdjudo tegen zichzelf te beschermen. Al vind ik het persoonlijk jammer voor kata guruma...

(illustratie: A.Cheret)

dinsdag 25 augustus 2009

Yves Klein en de Kodokan kata

Tijdens het WK in Rotterdam is er in galerie Cokkie Snoei een tentoonstelling en presentatie van Kodokan kata zoals die werden beschreven door Yves Klein. Klein was een beroemde Franse kunstenaar, maar ook een verdienstelijk judoka. Hij schreef in 1954 een boekje, "Les fondements du judo", met daarin de Kodokan kata op een heel goede manier uitgelegd, met zwart-wit foto's. Een historisch boek inmiddels. Waard om te lezen en pas geleden ook vertaald in het Engels.

Ik heb het Franse boek gelezen en zelf meegewerkt aan de vertaling van Ian Whittlesea. Het is de moeite waard voor allen die geinteresseerd zijn in Kodokan kata, om dit werkje te kopen.

Wie meer wil lezen: judoforum.com/topic25315
Wie het boek wil kopen: amazon.co.uk.


Vrijdag 21 augustus had nrc handelsblad dit artikel: "Zomaar door de lucht vliegen" van Cornel Bierens.

Vandaag (25-8) in de Volkskrant:

Kata: modellen in plaats van vormen

Als je aan een judoka vraagt wat 'kata' betekent en ze weten ook iets van Jigoro Kano, dan vertalen ze het met 'vorm'. Klopt, Kano noemt het ook zo.
Nu hebben wij als westerlingen het probleem dat wij bij het woord 'vorm' meer denken aan het tegenovergestelde van 'inhoud' en de kata ook zo beoefenen. Kata staat symbool voor een 'vormelijke' beoefening van het judo, terwijl randori en shiai meer op de spontante judo-beoefening lijken. Vormen zonder de inhoud die we zoeken.

Iemand schreef laatst eens, dat we kata meer moeten vertalen met 'modellen'. En daar kan ik me meer bij voorstellen. Een model, een uitvoering zoals het eigenlijk zou moeten. Een model, zoals de werkelijkheid is. Een werkelijkheid die we net als een kunstenaar soms anders vormgeven dan het model, meer abstract of gestileerd, meer grof of meer verfijnd, eigenzinnig of iets wat er op lijkt. Maar het model, de oervorm zou je dan kunnen zeggen, die bestaat wel. En die moet je eigenlijk kennen voor je zelf gaat experimenteren.

De deskundigen zijn steeds op zoek naar de principes die Jigoro Kano wilde uitdrukken in ieder kata-model dat hij ontwierp. Kata zijn nooit 'zomaar' stijlmodellen zonder betekenis. Iedere techniek in elke kata-serie is uitdrukking van een bijzonder judo fundament, en elke serie op zijn beurt ook. Het kata als geheel is daarom een model-oefening, maar ook elke techniek in de context. Wie het leert zoals het model, kan zowel het principe als de wijze van uitvoeren begrijpen.

Nu kan elke uitvoering van de principes een nieuw model opleveren. Kata zijn niet star of vormelijk, als zou het een soort geprefabriceerde dans zijn. Jigoro Kano voerde kata uit - volgens de principes - en dat was een model. Maar zijn leerling Kyuzo Mifune had zijn eigen model en het grote genie Tokio Hirano (gest.1993)... hij leefde de principes en modelleerde ze op een eigen manier. Het model, de vorm, als uitdrukking van een rijke inhoud.

Het begrip "Kata" is meerduidig. Het kan betekenen:

* een afzonderlijke vastgelegde techniek (Kata als standaard, model)
* een groep/verzameling/serie van vastgestelde technieken
* het oefenen van een techniek of serie technieken (Kata als oefenmodel)

N.B. in het Japans is er geen algemeen verschil tussen enkelvoud en meervoud. Daarom kan men bijv. Nage-no-Kata ook met modellen/vormen van worpen vertalen... (Das Judoforum, 17-6-2009)


Een voorbeeld van een bijzondere kata uitvoering: Nage no Kata door Tokio Hirano.

maandag 24 augustus 2009

Een beetje ego heb je nodig

Sommigen zien judo als een prima manier om zonder al te veel spierkracht een ander te verslaan. Anderen zeggen: mensen met een te groot ego, of te veel ikgerichtheid, worden door judo wel wat nederiger en socialer. Is dat wel zo zwart-wit?
Ego en spierkracht in het judo worden onderschat en misverstaan. We hebben ze allebei nodig om te overleven. Geen enkele judoka die fysiek zwak is, of die een te klein ego heeft, zal ooit de strijd winnen tegen een ander en zichzelf. Het is allemaal een kwestie van middelen en balans. (Mike Hanon, Judoforum 21 augustus 2009)
Natuurlijk hebben sommige judoka hun judo nodig om een beetje getemd te worden. Brute egoisten en agressievelingen kunnen getraind worden om zichzelf wat minder op de voorgrond te dringen. Natuurlijk leert het judo dat je een ander niet werpt door brute kracht, en dat je de kracht van de ander tegen hem gebruikt door hem daarmee uit balans te brengen. Maar het citaat wat ik aanhaal, laat zien dat zowel je eigen ik, als je eigen spierkracht in het judo eigenlijk positieve krachten zijn.

Judo wil van de judoka een zelfbewuste persoon maken, die zichzelf kent en in evenwicht is. Mentale sterkte in een toernooi betekent in de eerste plaats dat je de ander niet wil overheersen, maar wel wilt laten ervaren dat hij jou er niet zomaar onder krijgt. Een uitstraling van een zachtmoedige leeuw. Respectvol aanvallen. Niet over je laten lopen en daarin wel degelijk domineren zonder te intimideren.

Judo wil de judoka leren zijn spieren evenwichtig te gebruiken. Precies genoeg kracht zetten om de ander te werpen en/of te controleren, maar ook niets meer dan dat. De energie niet verspillen. Maar het is een illusie om te denken dat 'wie niet sterk is maar slim is' in het judo met de gouden plakken thuis komt. Als je iemand van 80 kilo wilt werpen, kun je misschien zijn aanval wel overnemen en daarmee 20 kilo verdienen, maar die resterende 60 zul je toch echt moeten kunnen tillen - met je armen én je benen!

Daarom... het is zoals Mike Hanon zegt, allemaal een kwestie van balans. Brute kleerkasten die gewelddadig zijn in heel hun wezen, moeten beslist door hun judo een stapje terug doen. Maar zwakke mensen mogen er sterker door worden. Judoka die te weinig spierballen hebben, moeten hard trainen om de balans naar boven bij te stellen. Fysiek en mentaal op krachten komen. Zelfbewust, sterk.

zondag 2 augustus 2009

Tomaru tokoro o shire

Tomaru tokoro o shire. Wie weet wat dat is?

Als je de webpagina's en de Hyves van sommige jonge judoka bezoekt, sta ik wel eens versteld van het gemak waarmee sommigen hun judoleven lijken te delen met een uitgebreid uitgaansleven. Nu hoeven judoka niet per se saaie mensen te zijn die elke avond genieten van een glaasje water met een energiekoekje, voor ze om negen uur in hun bed kruipen om de volgende morgen fit zijn om voor het ontbijt te gaan joggen, maar verder...?

Ik ben misschien ouderwets, maar vraagt judo, zeker voor kinderen die nog volop in de groei zijn, niet ontzettend veel discipline? Laatst zat ik daarover de praten met mijn sensei, en wij waren het erover eens, dat een judoka vaak hard moet zijn tegen zichzelf. Hij moet zich wat kunnen ontzeggen om aan de top te komen. Niet alleen voor de prestaties en de medailles (hoe leuk die ook kunnen zijn) maar vooral om als mens te kunnen groeien door zijn judo. Judo is meer dan een sport, maar ook een manier van leven, een opvoedingsideaal. Leren door vallen en opstaan, ook als je soms helemaal tot de bodem van je kunnen gaat. Door je grenzen te ervaren, sterk(er) te worden.

De vraag kan wel reëel zijn, in hoeverre daar een leven van drank, sex en uitgaan, bij past. Nogmaals, judoka hoeven geen gevoelloze saaie pieten te zijn. Maar als je in het weekend te ver doorzakt, of alles wilt investeren in relaties en vrienden-netwerken, of verslaafd raakt aan computers, games en andere dingen waarbij je op je luie krent blijft zitten, dan moet je een keer kiezen. Judo of niet.

Feit is ondertussen dat een enorme uittocht van jonge judoka begint als ze ongeveer 14 jaar worden. Zeer weinigen halen de -20 of het seniorenjudo. Wie zijn dat, die het wel halen? Drie keer raden. Degenen die gedisciplineerd leven en zelfbeheersing hebben. Keileuke jongens en meiden. Volop in het leven, maar wel weten waar ze moeten ophouden. "Tomaru tokoro o shire" is dat in het Japans. Eên van de geliefde judoregels van stichter Jigoro Kano. Discipline en zelfbeheersing. Op geen enkel punt verouderd.