In het traditionele Kodokan judo is een van de basisprincipes shizenhontai ofwel shizentai. Dat is de basis van een natuurlijke houding. Twee goede judoka moeten in gevecht gaan, terwijl ze recht staan (natuurlijk) alsof ze de het getal 11 vormen, of de letter H als je eraan denkt dat ze elkaar vastgrijpen. Gek genoeg herken je de expert op de mat aan zijn neiging om recht te staan, terwijl de beginner of niet-expert gewoonlijk gebogen gaat staan. De reden is heel simpel. De onervaren judoka zal de heupen instinctief naar achteren trekken, omdat hij gelooft dat het zijn lichaam en benen uit de aanvalszone haalt. Dat kan best goed zijn voor de verdediging, maar het is slecht voor de aanval, zeker als de tegenstander in dezelfde positie staat. Om een goede worp in te zetten, moet de aanvaller dichterbij komen en de afstand van de heupen van beide judoka moet niet te ver weg zijn, wil hij kunnen slagen. Dus zal de expert beginnen met zijn heupen dichterbij de tegenstander te brengen, en dat doet hij door de meeste tijd rechtop te staan.
Een eenvoudige manier waarop je dat aan beginners kunt leren, is door hen aan te raden dat bij de meeste worpen de knopen in de band dichtbij elkaar moeten komen en dat je moet werken vanuit een basis waarin de knopen dicht bij elkaar zijn.
In het begin voelt de natuurlijke rechtopstaande houding niet veilig en zul je veel worden geworpen (vooral achterover) maar met een beetje oefening kun je dat tegengaan en natuurlijk zul je zelf ook meer gaan werpen vanuit die positie.
Syd Hoare: Judo Strategies 22
Gelukkig zijn de nieuwe regels streng voor judoka die de hele tijd voorover gebogen staan, maar het probleem begint natuurlijk gewoon tijdens de les. Sensei zouden bij oefening en randori rond moeten lopen en iedere judoka die onnodig de kont naar achteren brengt een schop onder diens achterste moeten geven. Rechtop en aanvallen, dat zijn de sleutelwoorden voor staand randori. Het moet een grondhouding worden om niet bang te zijn van de ander. Laat maar dichtbij komen. Ik lust hem rauw.
Door veel oefening vindt een judoka wel waar zijn zwaartepunt ligt, en dus zijn balans. Of hoe hij zich verdedigt zonder zijn heupen naar achteren te brengen, maar door zijn hele patroon van bewegen, zodat hij altijd in evenwicht is, ook als hij rechtop staat. Ja, daar spreekt alleen ervaring.
Een waar gebeurd verhaal op het Judoforum vandaag...
Toen ik 12 was, had ik een Japanse Sensei die ons helemaal kapot maakte als we randori deden. "Opstaan, laat je werpen, opstaan, laat je werpen!" Maar iedere keer schreeuwde hij erbij: "Opstaan, je kunt het!" En weet je wat, het voelde alsof dat onmogelijk zou zijn, maar elke keer stónden we weer op en we gingen er keer op keer voor tot we op zijn niveau vertrouwd met hem werden. Zo trainde hij ons voor de nationale kampioenschappen.
Mijn vader, die hem heel vaak zag omdat we vijf keer in de week judo deden, zei hem eens: "ik wil u bedanken voor alles wat u voor de jongens doet." De coach zei hem: "Het is niet voor de jongens. Ik doe dit voor als ze later man zullen worden. Als ze dán tegenover mislukking komen te staan in het leven, als ze tot op de bodem zullen gaan als volwassenen, dán zullen ze zich herinneren: toen ik 12 was, deed ik het onmogelijke. En dan zullen ze opstaan..."
Nee, dit is niet geschreven door iemand van onze sportschool, maar het is wél exact wat Judo moet zijn en zoals het bij ons wordt beleefd.
Dit is werkelijk een interessant interview met Isao Okano (geboren 1944) over de actuele stand van het judo. Bron: Kindai Judo, Jan. 09, vertaald uit het Japans in het Engels.
Wie is Okano?
In 1964, op de leeftijd van 20 jaar, won Okano de gouden medaille op de Tokyo Olympics in het middelgewicht. Hij werd ‘Showa Sanshiro’ genoemd, naar Kano’s favoriete student.
1965 – Rio/Wereldkampioenschappen – middelgewicht – Goud
1967 – All Japan – winnaar Open Divisie (minder dan 80 kg)
1969 - All Japan – winnar Open Divisie
Gestopt met wedstrijden op zijn 25e.
Geeft nu les op de Ryutsu Economic University
----------------------------------------
Pleidooi – voor het overleven van het judo
Interviewer: De wereld van het judo is meer en meer aan het weggroeien van het concept van ‘ju yoku go wo seisu’ (kracht wordt overwonnen door flexibiliteit).
Okano: Dat is correct. Binnenkort zullen mensen gaan denken dat judo niet leuk is en dat we moeten teruggaan naar het oude judo. Ik vraag me af of ze de energie hebben om het op de oude manier te doen. Een van de slechte dingen van het hedendaagse judo is, dat het een ‘judopakstijl’ judo is en niet langer ‘kimono-stijl’, zoals in de dagen van Kano, met ruimte in de mouwen. Daarnaast zou judo zonder gewichtsklassen moeten zijn, kleine en grote judoka door elkaar.
Interviewer: Kano Jigoro, die het ‘kimono-stijl’ judo gi begin, ontwierp het met meerdere typen technieken in gedachten, dat het judo erg dynamisch zou zijn in die tijd.
Okano: Dat klopt. Als je werkt met ‘kimono-stijl gi’, kon je vechten met twee tegenstanders van zeer verschillende grootte, door verschillende typen grip te hanteren. In de jujitsu tijd was het ju jitsu gi erg klein en nauw.
Interviewer: Dat gi had geen mouwen.
Okano: Inderdaad. Het belangrijkste doel van ju jitsu was om neer te leggen en te overwinnen door kracht. Judo gaat over de uitwisseling van technieken. Dat is de reden waarom ju jitsu geen mouwen had. Het doel in judo en ju jitsu is verschillend. Toen judo begon, was het grotere gi aanvaard zonder tegenwerping. Uitwisseling van techniek was het doel, niet de overwinning zoals in het ju jitsu. Nadat de gewichtsklassen begonnen, werd judo kleiner en kleiner en werd het een ´judopak-stijl´, iets wat meer beperkt was.
Onlangs vertelde een verkoper van judogi dat hij was benaderd door een judoka die vroeg om een gi met kortere en nauwere mouwen. Natuurlijk was het de bedoeling dat zijn tegenstander hem moeilijker zou kunnen vastpakken. Hij dacht over een voordeel om alleen maar te kunnen winnen.
Interviewer: Heeft de Japanse Judo Associatie op de een of andere manier dit ‘judopakjudo’ verworpen?
Okano: Ze moeten duidelijk uitleggen waarom dit type gi niet goed is. Alleen een statement maken of een mening geven is niet genoeg. Ze moeten uitleggen waarom dit judo beperkt en dat als ze doorgaan op die weg, het niet langer judo is.
Interviewer: Het idee van ‘ju yoku go wo seisu’ is verminderd?
Okano: Ja, je moet je tegenstander namelijk vastpakken om technieken uit te wisselen, maar nu willen de judoka helemaal niet dat hun tegenstanders ze vastgrijpen, wat nog verder verergerd is omdat ze bestraft kunnen worden als ze niet aanvallen. Dat is de reden waarom dit vechten tegen de klok uitloopt op frustratie bij de judoka en resulteert in judo dat iedere dynamiek mist. Je bent zo niet meer in staat om enige combinatie uit te voeren. Het wordt een aanval met één enkele techniek. Ik heb medelijden met wedstrijdjudoka heden ten dage.
Interviewer: Zullen een heleboel technieken onder deze omstandigheden niet verdwijnen?
Okano: Ja, dat is waar. Als ik judo aan nieuwelingen onderwijs, leer ik ‘o-goshi’: deze techniek is dat je de tegenstander vasthoudt bij de heup en ze met beide benen over je heenwerpt. Dat betreft dus been, heup en ‘hikite’. De volgende stap is tsurikomi goshi, dan uchimata, dan tai otoshi. Dit soort lessen is erg fundamenteel. Als je deze beheerst, zal de student zeggen dat hij uchimata van ‘die en die judoka’ wil leren. Als hij die links en rechts kan, is dat al een enorme vooruitgang. Op die manier geeft niemand nu les. Volgens mij kan men, als we op die manier lesgeven, veel meer techniek aan de studenten leren – dit is onderdeel van dat. Zo zullen ze ook technieken ontdekken die nog geen naam hebben. Ik ben bijvoorbeeld de enige mens die mijn type ‘osotogaishi’ doet. Als we geen naam geven aan een techniek, is het slechts voor één generatie en dan is de techniek verloren. Daarom maak ik een video hiervan, zodat anderen hem kunnen gebruiken en het niet verloren gaat.
Interviewer: Ik begrijp het. Je moet een naam aan een techniek geven om hem te bewaren. “De tijd komt dat het judo om gaat kijken.” Ik wil deze vraag direct aan u stellen: denkt u dat het judo in de toekomst nog judo-grootmeesters kan voortbrengen?
Okano: Uitgesloten. Het is niet alleen een kwestie dat er geen echte meesters in het judo meer zullen zijn, maar meer de vraag of judo zal overleven.
Interviewer: Er zullen dus geen meesters in het judo meer komen en judo is écht zo op de rand van de afgrond komen te staan?
Okano: Goed judo is iets wat zelfs niet -judoka kunnen bekijken en mooi vinden.
Momenteel benadert het niveau van het judo die schoonheid niet eens. Een voorbeeld. Als je probeert seioinage te onderrichten, kom je er achter dat het moderne judogi je verhindert om je pols te draaien, zo nauw is dat gi. Japanse judoka zijn iets beter dan de buitenlanders, wiens gi erg nauw zijn. Het is echt moeilijk om je pols te draaien daarin.
Onlangs was er een kampioenschap in de Kodokan, waarbij ze de nieuwe regels hanteerden. Deze nieuwe regels gingen over de kumikata en maakten het gemakkelijker om te kijken. Ik denk dat dit iets goeds was.
Interviewer: Nieuwe regels betekenen ook: geen koka meer.
Okano: Inderdaad. Het is heel moeilijk voor scheidsrechters om koka en yuko uit elkaar te houden. Als het waza-ari en ippon is, kan de scheidsrechter dat veel gemakkelijker vaststellen. Echter, alleen waza-ari en ippon betekent dat het gevecht langer gaat duren, en dat ze koka er uit hebben gelaten is een goede beslissing voor de judoregels. Judo reglementen zouden ook voor niet judoka eenvoudig te begrijpen moeten zijn. Nu kijkt een scheidrechter in het wedstrijdreglement in zijn broekzak – en dat zou niet moeten voorkomen. Als het allemaal zo ingewikkeld is, zullen ze de fans verliezen.
Interviewer: Hoe kunnen we teruggaan naar het oorspronkelijke judo?
Okano: In Japan is judo in verval. Zelfs nieuwe coaches als Mr. Shinohara en Mr. Sonoda gaan geen zaken veranderen. Het hele fundament moet worden veranderd.
Een judokamp van 365 dagen zal judo veranderen.
Okano: Om bijvoorbeeld fundamenteel te veranderen, heb ik de ‘sho-ki-jiku’ stijl gedaan. Nu hebben we vijf of zes kampen in een jaar. Dat is niet genoeg. We hebben een kamp van 365 dagen nodig.
Interviewer: Is dat het 365-dagen kamp?
Okano: Goed coachen en uitkiezen van judoka die op dezelfde plaats verblijven, samen leven en judo doen – dat is een 365-dagen kamp. We deden het op deze manier. Als ze dat doen, zijn ze in staat om te vechten op meer dan een gewichtsniveau. Na de Beijing Olympics, stopte Ishii met judo en werd een MMA vechter. Degenen die bleven waren volgens mij erg zwak. Eerlijk gezegd, deze mensen zouden niet kunnen blijven winnen op het niveau van wereldkampioenschappen. De meesten horen bij een bedrijf waar ze werken – en dat bedrijf is niet bereid te betalen om alleen maar in staat te zijn om mee te doen met het All-Japan’s kamp of om hen te laten terugkeren naar hun scholen om te oefenen. De beperkte training maakt ze echter niet sterk.
Interviewer: Op welke manier denkt u dat ze zwak zijn?
Okano: Ze hebben geen power in hun technieken en ze hebben geen stamina/uithoudingsvermogen. Als iemand probeert een gewichtsklasse hoger te vechten, hoe veel judoka zijn daartoe in staat?
Iedereen gaat alleen in zijn eigen gewichtsklasse. Ik zeg niet dat je per se ‘open divisie’ moet doen, maar in de training moeten ze denken in open klassen. Zo zullen ze doorzettingsvermogen ontwikkelen en sterker worden in hun technieken. Als ze dat doen, kunnen ze drie klassen hoger vechten. Dan zijn ze ook in staat om op het niveau van wereldklasse te vechten. Het idee is een kamp van 365 dagen, zoals sumo beya. Er zouden misschien 4 of 5 van dat soort clubs moeten zijn, samen trainen, samen leven en eten, en dan kon je de allerbeste judoka uitzenden naar de wereldkampioenschappen.
Judo – overleef alsjeblieft.
Okano: Ik houd niet van het relaxte gevoel wat we hebben in de dojo – men oefent in een zeer relaxte omgeving. Ze hebben echter spanning nodig om steeds weer te oefenen. Het is judo beoefening met goede vrienden. Iedere universiteit heeft een eigen programma, maar ze bezoeken elkaar niet. Er is geen hechte band tussen judoka en sensei. Ze doen wat ze graag doen – ze oefenen niet voor judoka die sterker of groter zijn dan henzelf en ze vermijden iedereen die een aparte stijl heeft. In Japan is het zeker zo dat de regels of het judo gi redenen zijn voor het zwakke judo, maar dit is de belangrijkste reden. Ik bezoek het SJSU in Amerika elke zomer en soms kijk ik naar de Japanse studenten die San Jose bezoeken – de meeste mensen dragen t-shirts onder hun gi. Amerikaanse judoka dragen geen t-shirt tenzij ze verkouden zijn – gewoonlijk dragen ze dat niet. Ze mogen geen t-shirts dragen onder het gi, maar Japanse studenten dragen ze. Waarom doen ze judo? Judo is trainen in zomer of wintertijd – en dat betekent wat. De meeste judoka nemen een fles water mee in de dojo en drinken wanneer ze willen. Er zijn geen grenzen. In Frankrijk heeft men strengere regels en ze doen het daar meer zoals het oorspronkelijke protocol.
Gewichtsklassen zouden moeten veranderen in licht-, middel-, zwaargewicht en open. Het idee van een open divisie blijft staan.
Interviewer: Coaches moeten allereerst hun insteek veranderen. In de tijd van Okano was iedereen geconcentreerd op de open divisie, wat nu anders is geworden.
Okano: Toen wij judo deden, was het gewoon om te denken aan de open gewichtsklasse. Toen begon men op de Tokyo Olympics met licht-, middel-, zwaargewicht en open. Ik denk dat ze die licht-, middel-, zwaargewicht en open moeten herinvoeren. Nu zijn er zeven categoriën en dus denkt iedereen alleen aan zijn eigen gewichtsklasse. Niemand denkt aan een open gewichtsklasse. Het doel van de zeven gewichtsklassen was: dat judo zich zou kunnen ontwikkelen in verschillende landen en dat er dus meerdere medailles zouden zijn. Judo is nu verspreid over de hele wereld, en dus is dit doel verwezenlijkt.
Interviewer: Zo is het.
Okano: Judo is nu verspreid over de hele wereld en de kwaliteit is gedaald. Hoe brengen we de kwaliteit terug? Op dit punt is het beste idee om licht-, middel-, zwaargewicht en open klassen terug te brengen en de kwaliteit zal weer stijgen. Als je niet kunt vechten met 15 kilo verschil, is dat geen judo. Toen ik judo deed, won ik in het middelgewicht en meteen toen ik eindexamen deed op school, probeerde ik in de open klasse. Het enige probleem was, dat ik te licht was. Als ik niet aankwam, zou ik in de middelgewichtsklasse blijven – wat ik niet wilde en dus at ik voor een toernooi zo veel rijstballen ’s morgens, ’s middags en ’s avonds en ging ik niet naar de wc voor de weging. Soms had ik 2,5 kilo gewicht extra in mijn ondergoed als ik ging wegen.
Zelfs lichtgewichten zouden een klasse hoger moeten gaan als ze dat willen.
Interviewer: Is dat goed? Wilde u zo graag naar de open divisie?
Okano: Zelfs nu willen sommige kleinere personen iemand verslaan die groter is, en dus moeten ook kleinere mensen in staat zijn een klasse hoger te gaan. Men kan dat in de reglementen gemakkelijk aanpassen als men dat wil. Op die manier kan zelfs de open klasse terugkomen.
Interviewer: Dat is zeker waar. Niet zo moeilijk. Als je dat niet doet, zal het idee van ‘ju yoku go wo sei su’ niet ontwikkeld worden. Om het oorspronkelijke judo terug te brengen, wordt het erg belangrijk om judo en opvoeding samen te brengen en jonge kinderen te leren hoe ze jonge kinderen onderrichten. Dat is de vraag. Hoe je jonge kinderen onderricht.
Okano: Momenteel zijn er veel te veel toernooien. Als die er te veel zijn, zullen de technieken beperkt worden gebruikt. Judoka willen winnen en dus gebruiken ze wat beproefd is en werkt. Dat is niet goed voor het judo. Toernooien moeten maar een paar keer per jaar plaatsvinden. Mijn idee is: doe eerst goed judo.
Interviewer: Goed judo?
Okano: Goed judo is allereerst goede staande technieken. Er zijn vijf punten om dit te realiseren:
1) Bewaar een goede houding
2) Leer je ‘tsurite’ (pols en elleboog) als je begint moet je dat leren.
3) Leer beweging inclusief ashi waza.
4) Zoek je beste techniek
5) Doe goede ukemi.
Veel ukemi is heel belangrijk.
Interviewer: Goede ‘ukemi’?
Okano: Je gaat vooruit als je steeds meer ‘ukemi’ doet. Je kunt jezelf niet voor de gek houden. Als je steeds meer ‘ukemi’ doet, zal je lichaam steeds ontspannener worden en dan pas kun je je aanpassen. De judoka die niet van ‘ukemi’ houdt, zal niet flexibel zijn in zijn lichaamsbewegingen. De reden om een heleboel ukemi te ondergaan, is dat je niet bezorgd zult zijn om te worden geworpen en dus zul je opnieuw aanvallen. Als je dat doet, zal je judo kwaliteit toenemen. Daarom is het heel belangrijk om kinderen te leren hoe belangrijk ukemi is.
Toen ik een kind was, begon ik met ukemi en deed drie maanden niets anders. Ik snap wel dat als je dat tegenwoordig met kinderen zo zou proberen, ze het niet ‘leuk’ vinden en er mee stoppen. Daarom moet je als je zeker wilt focussen op ukemi, je ze tegelijkertijd ook wat ne-waza moet leren zodat ze zich niet vervelen. Misschien kun je in plaats van een toernooi ook een soort ukemi show doen waar de beste demonstraties worden getoond en de studenten kunnen kijken hoe het er uitziet.
Ju jitsu overwint judo ‘newaza’.
Interviewer: Als je doorgaat met goed judo, zal de toekomst van het judo er beter uitzien. U noemde dat judoka hun eigen speciale techniek moeten hebben
Okano: Er zijn niet veel mensen, zelfs geen coaches, die hun eigen speciale techniek hebben. Een judoka die een eigen speciale techniek heeft, is leuk om te zien en te kijken wanneer hij hem toepast maar tegenwoordig zijn er maar heel weinig van, en dat is erg teleurstellend.
Heel weinig judoka, zelfs coaches, kunnen newaza doen. Onlangs werd ju jitsu erg populair in de VS, en ik vroeg me af wat daar ju jitsu aan was, omdat wat ze doen namelijk judo newaza is. Dit ju jitsu is voornamelijk een imitatie van het judo en ze brengen wat sambo techniek er in, zoals een knie- of beenklem. Het niveau was lager dan dat van judo newaza, maar ze doen dan ook alleen maar newaza en worden dus beter. Zelfs imitatie wordt beter als het vertrouwen groeit.
Ik heb een vriend met een dojo in Brazilië en sommige Japanse judoka gingen daarheen en mijn vriend zei me: “Mijn dojo heeft niet zo’n hoog niveau in ju jitsu maar mijn studenten verslaan Japanse judoka met gemak.” Ik was zo verbaasd dat Japanse judoka zo zwak waren in newaza. Ik geloof dat het zo is omdat de coach in Japan geen newaza leert. In Amerika zeggen judoka dat ze om te winnen van Japanse judoka, moeten overgaan in newaza.
Interviewer: Is dat zo? Ze zullen zich zo snel mogelijk inspannen om newaza te doen. Is er een goede manier om te trainen om sterk te worden?
Okano: Waarom zet Japan zijn zinnen niet op een All-Japan newaza toernooi om een sterker newaza te ontwikkelen? Dat moet ze doen, of Japan’s newaza zal zwakker en zwakker worden. Met andere woorden, de judoka die geen vertrouwen in newaza heeft, zal minder kans hebben om te winnen. Als in de tijd van het kumikata een tegenstander een knie op de mat zet, heeft een judoka met goed newaza altijd een voordeel. Momenteel is het probleem met de gi of de regels, dat het moeilijk te grijpen is voor tachiwaza. Veel mensen kunnen heel goed in newaza worden in twee jaar. Als je echter met newaza begint voor tachiwaza, zal je tachiwaza niet sterk worden en zul je daar geen vertrouwen hebben in tachiwaza. Daarom moet je pas als je zekerheid voelt in tachiwaza, beginnen met newaza. Sommige mensen zeggen dat je om goed newaza te ontwikkelen, een soort newaza wedstrijd moet doen. Je begint in tachiwaza, maar zelfs als iemand werpt, is er geen score totdat newaza begint. Ik denk dat het een goed idee is om zo te oefenen om newaza te ontwikkelen.
(stuk weggelaten over Ishii en Kakutongi (iets als MMA) in Japan.)
Interviewer: Het judo gi is voor een judoka iets heel puurs?
Okano: Jazeker. Het judo gi is ontworpen om judo in te beoefenen. Als iemand iets als MMA wil doen, moet hij alleen shorts dragen, maar niet een gi wat Japans judo representeert. Waarom maakt de IJF daar geen regels over? Als ze een regel maken, zullen andere gevechtskunstenaars het snappen en het zal duidelijk zijn.
(…)
Interviewer: Ik heb nog één ding waarover ik uw mening wil weten.
Okano: Steeds weer noem ik dat het wereldwijde judo tegen een muur loopt. Als ze denken over judo op het moment, zou ik graag wat technische info in een boek of band achterlaten om het judo te helpen. Ik geloof dat ik dat moet doen. Als er immers geen documentatie is, kan judo niet terugkeren naar zijn wortels.
Interviewer: Dit interview is erg zwaar voor een coach of judoka om te lezen. Als het de lezer raakt, is dat omdat zij van hun judo houden en het hun denken op zijn kop zet. Dit interview zal degenen bereiken die van judo houden.
Mitesco.
Een judoka met een boodschap.
Mitesco, een persoonlijke weg in de ik-vorm
Mi-tés-co. In het Latijn betekent het: "ik word zachtmoedig, mild, open, respectvol, vriendelijk".
Judo (柔道) wordt wasei, mitesco. (和成)
Meer weten? Lees de pagina's onder de titelbalk, en niet alleen de blogs...