Intellectueel verschil?
Enkele judoka op het judoforum menen dat de doorsnee aikidoka een ander intellectueel denkniveau heeft dan de gemiddelde judoka. Mike Hanon zegt bijvoorbeeld enigszins generaliserend (23-8-2010) dat judo meer de “budo van de gewone man” is, en altijd is geweest. Om daarna snerend te zeggen: “Zeg nou zelf. Hoeveel judoka kennen we die méér bezitten dan een half verstand? Is dat niet een van de redenen waarom judo is geworden wat het vandaag de dag is: een armzalige worstelsport die georganiseerd en beoefend wordt door mensen die nooit een fatsoenlijke opleiding/opvoeding (education) hebben gehad, om niet te zeggen, niet in judo! A.u.b. niet schieten op de boodschapper.”
Hmmm… een beetje met een bazooka schieten op een mug. Je kunt natuurlijk alles chargeren, maar gerelateerd aan één van mijn vorige blogs, over het gemiddelde niveau van mensen in het algemeen en judo in het bijzonder, zit er wel een kern van waarheid in. Veel judoka willen helemaal niet nadenken en het judo beleven zoals dat bedoeld was door de stichter. Maar doen aikidoka dat dan wel? Bestaan er dan geen domme aikidoka? Of slimme judoka?
Goed judo is wel degelijk ook een sterke intellectuele activiteit. “Als we kata (modellen), mondo (dialoog) en kogi (lessen) losmaken van de vierde hoeksteen van het judo, randori (vrije oefening), verandert judo volgens mij van een verstandige en redelijke activiteit [actief] in een reactie-activiteit [passief]. Verbind dit met de zware focus op shiai en alleen winnen tegen elke prijs, en je hebt een activiteit die je leert jezelf te ontdekken op een hoog niveau, gemaakt tot een vrij platte amusementssport.” (Dan, Judoforum 19-4-2011) Wel beschouwd is driekwart van de judo-educatie een sterk intellectueel verhaal. Dat men er wat anders van maakt is dom, maar zegt niets over het judo als zodanig.

Randall Lim zegt op 25 augustus vorig jaar: “Aikido is een weg die tientallen jaren in beslag neemt voor je het uiteindelijke doel bereikt: geestelijke verlichting. Aikido is in de eerste plaats filosofie. Lichamelijke oefening is slechts een uitbreiding van- en een werktuig om deze filosofie te begrijpen en te cultiveren.” Dat lijkt me geen onzinnige gedachte, maar is dat wel zo typisch voor aikido? Kun je voor ‘aikido’ niet net zo goed ‘judo’ invullen? Filosofie betekent uiteraard wel, dat degene die het bedrijft, niet meepraat met alle dwaze gedachten om hem heen, maar zelfstandig observeert, nadenkt, en kiest. Geestelijke verlichting komt niet uit de lucht vallen. Daarom zegt Hanon ook in dezelfde discussie: “Aikido lijkt me een soort leerlingen aan te trekken die meer bereid zijn om de lange leerroute te gaan, in plaats van de kortzichtige doelen die zo veel judoka en hun coaches tegenwoordig stellen.” Toch moet ik ook nog meer aikidoka leren kennen om te kunnen geloven dat uitsluitend dáár de denkers rondlopen… of hopen dat ik er in het judo nog meer tegenkom. Want ook judo is een weg van jaren – als het goed is. De doelen die Jigoro Kano voor het judo formuleerde zijn ook niet veel anders dan levenslessen en filosofie.
Competitie jaagt judoka weg
Het lijkt me dat de manier waarop sommige judoka naar aikido kijken, vooral wordt ingegeven door hun afkeer van het moderne judo, wat veel te veel op wedstrijden gericht is. Aikidoka zullen omgekeerd vaak net zo over judo denken, en voelen zich vaak niet thuis in de JBN – die ook voor het Nederlands aikido zou moeten zorgen. Er is binnen het judo ook een stroming die hangt naar traditioneel judo, en daar is men feitelijk zo-ongeveer-bijna tégen shiai, tenzij het als beperkt leermiddel wordt ingezet. Het is geen onzin. Ik begin hoe langer hoe meer te onderscheiden, dat de focus op competitie het judo wel degelijk tot in de kern kan veranderen. Het maakt judo tot een dynamische sport voor jonge mensen, maar niet meer tot een levensweg met idealen zoals het bedoeld was. Met als gevolg dat judoka die echt tot de kern (willen) komen, weggroeien van het mainstream-judo en zich tot andere gevechtskunsten wenden, zoals aikido – welke dan het meest voor de hand ligt, qua filosofie en verwantschap qua idealisme. Zeker de ‘zachtmoedigen’ onder de judoka, zullen voor aikido kiezen. Hoe zit dat met mijzelf, denk ik dan?
Taigyo, een oudere Amerikaanse judoka, zegt daarom op 30 december: “Ik wil daarom ook wijzen op het feit dat de reden waarom veel judoka er mee ophouden, gelegen is in de druk om wedstrijden te doen en succesvol te zijn. Veel mensen denken dan: ‘ik kan niet winnen, dus waarom zou ik doorgaan?’ Of als je onderhand veertig bent en de onvermijdelijke fysieke aftakeling begint, kun je niet meer doen wat je deed, dus waarom doorgaan? Er is heel weinig nadruk op Judo-beoefening gewoon omwille van het judo, omdat je plezier hebt of omdat het leuk is. Shiai kan zijn plaats hebben, als instrument, maar als het een doel wordt, verlies je veel…” Op iets langere termijn in ieder geval zo ongeveer alle senioren.
De vergelijking gaat zo niet op
Je kunt judo en aikido eigenlijk pas weer met elkaar vergelijken als je uit het judo de competitie- en sport-elementen even wegdenkt. Aikido kent helemaal geen shiai, zelfs nauwelijks randori, enkele stromingen uitgezonderd. Puur judo en puur aikido zou je kunnen vergelijken. Als je al zou kunnen zeggen wat puur aikido is? Aikikai? Daar zullen de aanhangers van bijvoorbeeld Ki-, Tomiki- en Yoseikan-aikido het niet mee eens zijn. Nog los van het feit dat er in ons land ook al weer meerdere aikikai-organisaties zijn. Net zomin als puur judo gevonden wordt bij de Kodokan, de IJF of de JBN, is er aan de judo-kant wel meer eenheid. Aikido lijkt soms op de verzamelnaam voor protestantse kerken, terwijl judo bijna katholiek is: ondanks alle verschillen doet iedereen toch één judo.
Maar gesteld dát… hoe zouden de verhoudingen dán liggen? Stel dat je judoka zou hebben die wél nadenken, wél bezig zijn met principes, zou judo dan iets hebben wat aikido niet heeft en/of omgekeerd?
Daar komt dan bij, dat heel veel dingen te maken hebben met de levensfase waarin je je bevindt. Taigyo geeft dat al een beetje aan. Maar het is méér dan fysiek kunnen meekomen of niet. Het is uitzonderlijk als jongere mensen al denken als volwassenen en er een eigen filosofie op nahouden, en het zou ook uitzonderlijk moeten zijn als vijftigers nog steeds leven als pubers – al lijkt het er bij zeer velen sterk op, moet ik zeggen. (Midlife crisis?) Hoe dan ook, het is zeldzaam als jeugdjudoka niet van een beetje competitie houden, terwijl het zeldzaam is als vijftigers er nog steeds aan meedoen. Bij welke levensfase past welke weg? Van Jigoro Kano is bekend dat hij na verloop van tijd eigenlijk alleen nog ju no kata deed. Verder bestond zijn judo uit onderwijs geven… in jita kyoei. Was hij daarom geen judoka meer?
Kortom - een tussenstand
Ik vermoed daarom dat het vergelijken van judo en aikido veel moeilijker is dan sommige ‘judo-grootheden’ denken. Het intellectuele verhaal vind ik niet sterk, als je het niet nuanceert. Aikido is zeker aantrekkelijker voor mensen met een bepaalde filosofische inslag en trekt daarom een iets ander publiek. Maar die kunnen in púúr (traditioneel) judo ook gedijen. Die levensinstelling kán los staan van een levensfase (uitzonderlijk) maar gewoonlijk niet. Daarom zitten de judoclubs vol met kinderen en jeugd, terwijl de aikidoclubs geen jeugd aantrekken, althans: net zo weinig als judoclubs senioren aantrekken. Waarbij in beide gevallen geen aangepast programma lijkt te bestaan: senioren doen in het judo een soort light-versie van de kindertraining, en jeugd-aikido… wat is dat?
Misschien liggen beide wegen wel dichter bij elkaar dan ze denken, ware het niet dat het soms tot extremen komt. De eerder geciteerde Taigyo zegt heel verstandig (30-12-2010): “Ik denk op de een of andere manier wel eens, dat modern Aikido en modern Judo beide de twee judo-principes van Kano-sensei tot in het extreme hebben doorgetrokken. Judo met zijn nadruk op winnen is opgeschoven naar het uiterste van seiryoku zenyo, maximale efficiency. Aikido met alle nadruk op samensmelten en harmonie is meer gegaan naar het uiterste van jita kyoei, het wederzijdse profijt. Te veel seiryoku zenyo en je beperkt je tot het fysieke werk, te veel jita kyoei en alles wordt te zweverig – en beide werkt uiteindelijk niet.”
Twee bijna identieke doelen
Aikido zoekt naar de volmaaktheid van de wereld, de mensheid, en allen, ten bate van de wereldvrede die één wordt met je leven. Met andere woorden: Aikido is training om allen tot je te trekken. In plaats van vijanden te hebben, neem je ze op in jou, en harmoniseer je ze in jezelf. Morihei Ueshiba
Ik geloof dat wereldvrede en het welzijn van de mensheid gerealiseerd moet worden door de geest die judo uitdraagt. Je moet jezelf vervolmaken en bijdragen aan de samenleving door je oefening en je moet dit belang benadrukken als je anderen onderricht. Judo is niet zozeer een gevechtskunst, maar meer het basisprincipe van menselijk gedrag. Jigoro Kano
Dit zou toch tot elkaar moeten kunnen komen, in volkomen harmonie zijn?
De manier waarop
Aikido heeft echter wel een probleem met haar imago. Zweverig? Te spiritueel? Zoals judo misschien het imago van een Olympische vechtsport heeft. Het zit hem waarschijnlijk ook in de manier waarop men omgaat met de stichter. In het aikido spreekt men graag over de ‘O Sensei’, de grote leraar. Morihei Ueshiba wordt vereerd als een oosterse meester, en dat zal hij op het gebied van zijn gevechtskunst best zijn geweest, maar verder toch niet. Zeker in zijn latere leven was zijn moreel gehalte niet *ahum* ‘hoogstaand’.
Zo wordt er binnen de aikidowereld niet openlijk over gesproken, geloof ik. En dát precies is wat mij het meeste doet huiveren bij aikido. Ik ben al lid van een godsdienst, en iedere persoonsverheerlijking is mij vreemd. Jigoro Kano had niets van een meester en was wars van ego. Zijn band was uiteindelijk een witte…
Zo bezien kan ik me wel vinden in wat Mike Hanon zegt: “De reden voor de cultstatus die je in sommige aikidoscholen ziet, gaat terug op de stichter. Je ziet Kano Shihan of Funakoshi sensei nooit gekoppeld aan iets wat níet geworteld is in natuurwetenschap, wiskunde of menswetenschappen. Ueshiba O-sensei geloofde heel sterk dat zijn 'krachten' niet van deze aarde waren en dat hij een werktuig was voor het goddelijke enzovoorts... Ueshiba was een diepgelovig religieus-spiritueel man die zijn geloofssysteem in de dojo bracht. Noch Kano noch Funakoshi hebben dat ooit gedaan. Al het werk van deze twee sensei was aards en voor alle mensen, vrij van zulke indoctrinaties. Tot op de dag van vandaag, als ik een Aiki dojo binnenga, heb ik een hekel aan het buigen naar de foto van Ueshiba omdat het smaakt naar een soort religieuze cultus, terwijl het buigen naar Kano shihan of Funakoshi sensei alleen maar een respectvol dank-je-wel is, dat zij ons dit mooie en wereldse cadeau hebben nagelaten om er iets mee te doen.” (24-8-2010)
Laat het duidelijk zijn: in judo mag er meer respect, etiquette en vooral rei zijn. Maar waar ligt de grens als het gaat over het mystieke gehalte van de eerbied? Ik ben een diepgelovig en religieus-levend mens, maar judo is voor mij geen religie en aikido gaat dat ook niet zijn. Sterker nog: hoe neutraler de gevechtskunst is, hoe beter het voor mij te verenigen is met wat ik verder geloof en waardevol vind.
Dus: de waarheid zou enigszins in het midden kunnen liggen: judo zou bezielder en idealistischer kunnen worden, en aikido wereldser en realistischer.
Aikido en judo tóch intelligent?
Ik begon dit blog met het ogenschijnlijke verschil tussen judoka en aikidoka op het punt van het intellect. Ik kom er bij terug, maar om beide kunsten nu op dat punt bij elkaar te brengen. En ik kom op dat spoor door wederom de gedachten van Richard Riehle (zie eerdere blogs) over te nemen. Een judoka én aikidoka, maar ook een wijze militair, iemand met levenservaring en strategisch inzicht.
Richard legt wel vaker de nadruk op de aspecten van judo die uitstijgen boven het lichamelijke.
“De manier waarop judo wordt onderwezen in bijna de hele wereld is gefocust op athleticisme. Er wordt lippendienst bewezen aan kuzushi, maar de echte nadruk ligt op het leren van een paar technieken, op het ontwikkelen van een sterk lichaam, fantastische flexibiliteit, en een oneindige hoeveelheid uithoudingsvermogen. Zonder die kwaliteiten is het hoogste niveau van wedstrijdjudo onbereikbaar voor de meeste mensen. …
Er zijn echter nog andere, meer subtiele aspecten van het judo die zich ontwikkelen gedurende de tijd, zelfs bij de grote atleten. Het feit dat we ze misschien niet begrijpen, maakt ze mysterieus, maar de realiteit is, dat ze voor sommigen te onderscheiden zijn. Ik heb eens elders geschreven over het onderzoek naar micro-expressies, geleid door de psycholoog en Shichidan Judoka, Dr. David Matsumoto. Als een grote Aikido meester als O-Sensei, Tohei, of Shioda een beweging deden waarop niemand kon anticiperen als antwoord op een aanval waarop niemand anticipeerde, is het mogelijk dat hun vaardigheid om deze micro-expressies waar te nemen (zoals in sen, sen no sen, sen sen no sen) beter ontwikkeld was dan bij de meeste mensen. Het is niet alleen hun kundigheid, of hun contact met de geestelijke wereld, of een of andere mysterieuze onbekende kracht. Het is gewoon hun speciale talent van onderscheiding – om achter iemands gezicht te kijken en de minuscule micro-expressies te zien die hun aanval verraden voor die is ingezet. We kunnen het zien als een bepaalde vorm van intelligentie.
We zien zelden iemand judo onderrichten op deze manier. Integendeel, we vragen onze studenten om honderd uchikomi te doen op een favoriete techniek. Heel vaak heeft die uchikomi niet eens iets van een mooie kuzushi in zich. We onderrichten zelden iets over houding, beweging, actie, psychologische strategieën in Judo op de manier waarop we het wél onderrichten bij het schaken. Hoeveel Judoka kunnen een tegenstander aankijken en de subtiele boodschap aflezen van hun gezicht, houding, plaatsing van de vingers, de voetposities, de richting van de tenen, de beweging van de schouders, het ademhalingspatroon, en de honderden andere veranderingen die plaatsvinden vlak voor een aanval? Dat beoefenen we maar zelden in Judo. Het is bijna onmogelijk ze aan te leren bij een ander. Je moet het leren door ervaring, en zelfs dán is het alleen te leren door zorgvuldige studie en observatie. Bij slechts zéér weinigen komt het aanwaaien zonder dat ze het beseffen. Pas in een latere levensfase gaat een judoka daar voor kiezen, als zijn wedstrijdjaren voorbij zijn.
Voor iemand die Aikido beoefent, kan iemand dit gaan begrijpen als hij een geweldige leraar heeft (Ik had het geluk wat tijd door te brengen met Tohei), of de fenomenen gaan snappen, en zelfs dan is het leren daarvan een ontzettende uitdaging. Toen ik Karate deed, kende ik niet één leraar die op dat niveau zat. Toen ik (traditioneel) Ju-jutsu deed, besteedde er niemand aandacht aan dat idee als deel van de training. Slechts zeer zelden heeft iemand het aangeroerd in Judo. In de wereld van het Aikido echter streven de beoefenaars op een hoger niveau (bijna zeker onder invloed van O-sensei) om die mysterieuze vaardigheid te verwerven, en zij geven er mystieke namen aan zoals "ki" zonder echter te begrijpen dat er wel degelijk een psychologisch fundament ligt onder datgene wat zij mysterieus noemen alleen omdat ze het nog niet begrijpen.”
Judo en aikido aards en intelligent
Klopt dit verhaal? Laat ik het zo zeggen. Jigoro Kano hád wat hij leerde in KitoRyu over kuzushi en het werpen in tachi-waza kúnnen uitleggen zoals de mannen in Ki-to Ryu het deden: als een soort van aiki-jujutsu. KitoRyu was een echte aiki-school, waar het principe van ju werd uitgelegd als een harmonisering van energiestromen. Met atemi, zwaarden en worpen. Wat deed Kano? Hij bestudeerde het net zo lang tot hij het principe van kuzushi wetenschappelijk had geanalyseerd. En dát wetenschappelijke ‘bewijs’ paste hij vervolgens fijnzinnig toe op zijn judo, zonder nog ooit te spreken over aiki. Bij Kano werd ‘ki’ sowieso ‘seiryoku’, en door deze mini-studie ben ik ook gaan begrijpen waarom Kano deze begripswisseling heeft doorgevoerd – het laatste puzzelstukje wat men mij in Tilburg niet kon vertellen. Logisch, want het gaat over judo en dat had ik zélf moeten weten. Het gaat over exact hetzelfde namelijk. Alleen wilde Kano los komen van mystificaties en dus koos hij voor een relatief ‘plat’ woord voor energie. Het is allemaal zó ontzettend logisch! Als Kano spreekt over intellectuele training als element van judo, dan heeft hij dus gelijk. Alleen door zorgvuldige observatie kun je achter de waarheid komen. Waarheid die niets te maken heeft met mythen, hoe mooi ze ook klinken. Kano krijgt overigens postuum gelijk, want de neurowetenschappen en -biologie hebben tegenwoordig voor zeer veel processen een redelijke verklaring, zowel op microscopisch als macroscopisch niveau. Er moest maar eens een proefschrift worden geschreven over neuroprocessen in judo en aikido.
Judo heeft de elementen die Kano ontdekte, tot haar diepste kern gemaakt. Maar ik ben er zeker van, dat aikido het precies zo heeft. Met gracieuze bewegingen, idealen, alles er op en er aan. Morihei Ueshiba was oprecht toen hij er een mystiek etiket op heeft geplakt. Hij gelóófde er gewoon in, en zijn volgelingen misschien ook. Maar de basis van judo en aikido is in de grond identiek: energie laten vloeien volgens het idee van ‘ju’ en laten komen tot harmonie, of we dat nu ‘ai’ noemen, of ‘wa’ of iets wat daar op lijkt. Hoe we die energie ook noemen, waarnemen, of gebruiken ten dienste van een fusie-beweging tussen twee partners op de tatami en daarbuiten.
Mogen we er een naam aan geven?
Is er dan niet méér tussen hemel en aarde? Jazeker. Ik zal de laatste zijn om daar iets van af te doen. Ik ben religieus ontwikkeld, en beschik zelf ook over een aantal intuïtieve waarnemingen en vaardigheden die me goed van pas komen in mijn werk. Maar om die reden kan ik ook zeggen dat ik met zekerheid weet dat sommige dingen niets te maken hebben met het bovennatuurlijke. Ik weet uit ervaring wat ik moet verbinden met het religieuze, en wat samenhangt met menselijke begaafdheden en talenten. Soms bijzonder, soms misschien veel gewoner dan we denken, maar waar we vaak pas mee gaan werken als we er een vinger achter krijgen. Inzicht kan trouwens gemakkelijk lijken, maar is soms ook een last. Waarneming vraagt ook de discipline om te ordenen.
Mitesco aikidoka?
Wat ga ik in aikido vinden? Wat betreft mijn lichamelijke training zal ik er veel gaan ontdekken, en allerlei fysieke processen (soepelheid, ademhaling) gaan versterken. Sowieso is het een heerlijk gevoel om in ruime cirkels te bewegen, de energie golft daarbij veel beter door je lichaam en alleen dát is al weldadig.
Wellicht zal mijn waarneming en analytisch vermogen naar mensen toe er nog enorm van gaan profiteren. Want aikido is heel subtiel in het aanvoelen, anders dan judo – zie mijn kumikata-serie.
Ik sta open voor beide elementen van lichamelijke en intellectuele training om het maar eens in judo-termen te zeggen. Maar in grote lijnen heb ik helder wat ik na de tweede observatietraining in Tilburg al heb gezien. Zelfs mijn jonge vriend met wie ik die training bezocht, kon het na de les van mijn gezicht aflezen. Zoals ik zijn plezier tijdens lessen kan uittekenen. Mensen die open zijn, geven veel en nemen veel. Energie, geestelijk en lichamelijk. In het open geven en nemen worden ze één en daarmee is het geheim van judo en aikido in een notendop ontrafeld. De rest is toepassing. We gaan het meemaken.
Mitesco judoka
Uiteindelijk blijf ik echter in alles een judoka. Mijn sensei is er zeker van dat ik in aikido veel plezier ga hebben en er veel van zal leren, ook voor mijn judo. Het zal mijn judo versterken, zeker. En ook de koers van mijn judo verder inkleuren. Mijn judomotto ‘wa-sei’ (harmonieus en zachtmoedig worden) is afwijkend en redelijk alternatief binnen de judowereld. Dat kan alleen maar groeien. Meer het beste van de twee werelden verenigen. Open geven en nemen. Verenigen… harmonie.



Persoonlijk denk ik, dat de beleving van ju-do en aiki-do vanuit onze positie hier met name wordt beinvloedt door onze westerse mentaliteit, in scherp contrast met de oorsterse mentaliteit.
BeantwoordenVerwijderenDe oosterse mentaliteit is véél meer een spirituele, terwijl de westerse mentaliteit véél meer neigt tot het "uit de pap pakken van de krenten". En daarmee bedoel ik dan: haal uit het ju-do datgene wat je nodig hebt, en laat de rest voor wat het is. En als nét iets teveel mensen nét iets te vaak dezelfde "krenten" uit de ju-do pap halen, dan verandert het beeld van ju-do zoals wij dat beleven. Het gaat zich beperken tot dat beeld. Als een soort van evolutie.
Vaak wordt Anton Geesink gezien als de man waar het allemaal begon met het uit de pap pikken van de krenten, doordat hij aandacht ging geven aan zaken als gekleurde judopakken etc etc: het sport-element in het judo werd zwaarder belicht.
Toch is dat niet het begin. Sinds het ju-do in West Europa een boost kreeg door mensen als Kawaishi, Hirano, Abbe, werd het al bekeken door westerse ogen. En die zijn praktisch gericht. Kijken naar "wat je er aan hebt". Veel minder naar het spirituele aspect, het filosofische. Vreemd genoeg ook steeds minder naar het pedagogische aspect. Alles wijkt voor het "praktisch nut" dat door ons, Gaijin, zo op de voorgrond wordt gesteld. Natuurlijk zijn wij, als "Westerlingen", evenmin allemaal gelijk als alle "Oosterlingen". Uit eigen ervaring weet ik, dat bij het Aiki-do nét even iets meer spiritueel geïnteresseerden worden aangetroffen dan bij het Ju-do. Daarin moet ik Hanon gelijk geven. Maar het is een marginaal verschil. De werkelijke oorzaak van een bredere kloof tussen het Aiki-do en het Ju-do zoals dit zich in ons land manifesteert vindt zijn oorzaak in de leraren.