zaterdag 30 april 2011

Gelijkheid en broederschap

Mitesco is deze week begonnen met aikido en het laat zich raden dat dit hem bevalt. Een geheel nieuwe ervaring die tegelijk ook heel veel herkenning oproept, niet in de laatste plaats vanwege de sfeer in de dojo van Sportinstituut Verhagen, die zo veel lijkt op wat ik gewend ben in mijn eigen vertrouwde dojo van Sportschool van de Pol.

Wat mij erg bevalt aan aikido, is dat je (behalve bij degenen die een hakama dragen) niet kunt zien wat de graduatie is. Ik heb me sowieso voorgenomen om voortaan zo veel mogelijk af te zien van het spreken in kleuren als we kyu-graden bedoelen. Maar voor één keer dan, ik vind het een prima zaak dat bij aikido iedereen die geen dangraad heeft, gewoon een witte band om heeft. Ik, als mukyu binnenlopend, word opgenomen in een groep waarvan ik niet weet hoeveelste kyu iedereen heeft, en waarin men ook technisch elkaar volledig tegemoet wil komen. Ja, dat aikido geen competitiegevoel heeft, maakt ook op de tatami het gevoel van partnerschap en ‘elkaar tegemoet komen’ sterker. Je wisselt ook steeds van partner, en iedereen staat open voor elkaar. Dat is niet soft, dat is zoals het ook in het judo bedoeld is.

Ik snap best dat men voor kinderen graag zichtbaar wil maken dat men vooruitgang maakt, en het toekennen van gekleurde banden en slippen kan zeker een opvoedkundig aspect hebben, maar verder? Na mijn aikidoles had ik echt zoiets van ‘wow, ik zou willen dat ik op de judomat ook gewoon een witte band om had, en dat iedereen, behalve de sensei, dat deed!’ O ja, ik snap het argument, dat judoka onderling moeten weten of ze met een beginner of gevorderde te doen hebben, zodat ze weten wat de ander kan. Dat is waar. Maar dat weet je als je zelf goed in elkaar zit, na een minuutje werken met iemand ook wel. En zelfs in randori zouden judoka niet zo hard moeten zijn, maar gewoon open en vrij met elkaar moeten sparren. Daar ga je niet extra hard knallen als je weet dat er zo veel verschil zit tussen elkaars graduatie. Beter zou het zijn als in het shogi (zie mijn vorige blog) waarbij de hoogst gegradueerde zich bewust moet onthouden van bepaalde technieken om de lager gegradueerde de kans te geven.

Het judo kan dus in ieder geval dít leren van het aikido: stop de competitie tenzij je shiai doet. Dan kán het voor even, maar verder: stop er mee. Maak jezelf één met een ander, en verlaag je niet tot egotripperij. Als je wordt geworpen, hoef je niet teleurgesteld te zijn; als je werpt, hoef je niet trots te zijn. Je bent niets meer of minder, je hebt gewoon wat energie met elkaar gedeeld. En iets van elkaar kunnen leren en ervaren.

Een band die net zo wit is als je judogi, zou een uitdrukking kunnen zijn van die zuivere, nederige, eerbiedige eenheid.

Langzaamaan begint de schrijver dezes zich wel steeds meer af te vragen hoe we al deze idealen moeten implementeren in het hedendaagse judo. Geestverwantschap vind ik wel. Er zijn best een heel aantal judoka die inzien en erkennen dat we meer met ons idealisme zouden moeten doen, en meer judo-spirit kunnen beleven. Maar hoe? Maar waar? Het gaat toch om volwassen-denkende judoka, die meestal wel minimaal zestien zijn voor ze de idealen zo gaan zoeken. Zulke judoka zijn al blij als ze überhaupt ergens kunnen trainen met volwassen mensen, laat stáán dat je dan nog mag verwachten dat men ook nog eens in die harmonie wil denken.

Wat ik daarbij zeker zo belangrijk zou vinden is dit: hoe zou een judotraining met zulke gelijkgestemden er eigenlijk uit kunnen zien? Wat ik hierboven zeg over aikidotraining, zou je op judo kunnen toepassen: vanuit een hele sterke gelijkheid en harmonie, technisch uitwisselen zonder enige vorm van concurrentie. Dat vraagt om een bepaalde trainingsvorm, die er nu gewoon niet is.

Er is nog veel om over na te denken in het kader van een judo-renaissance. Met uiteindelijk de vraag: wie wil dit zo, en wie gaat dit zo ook doen? Zolang het nog niet zo ver is, moeten we het doen met idealen, en die proberen te beleven. In gelijkheid, harmonie en broederschap.

0 reacties:

Een reactie plaatsen