dinsdag 24 november 2015

RTC of: "Hoe hou je pubers aan het sporten?"

Vorige week woensdag hadden de Wegener-kranten een artikel waarin de zorgen van NOC*NSF met de wereld worden gedeeld, dat 'pubers vaker stoppen met sport'. Een tendens, een neerwaartse beweging. Alarm!

Wegener dagbladen, 18-11-2015
Voor de vaste lezers van dit blog is dit een bekend onderwerp, want als oudere liefhebber van judo als weg, vind ik het altijd jammer als talentvolle judoka stoppen met judo voor ze goed en wel op weg zijn. Een zwarte band hang je toch niet meer aan de wilgen? Maar omdat ik het 'spelletje judo' ook heel mooi vind, en het mooi vind als Nederland met wedstrijdjudo wat presteert, realiseer ik mij hoe dramatisch het voor de JBN moet zijn als de jeugdleden weglopen voor ze goed en wel doorbreken als talent.

Harde werkelijkheid

Het lijkt dramatisch, wat NOC*NSF naar buiten brengt. Harde cijfers, heel hard. Het verschilt per sport uiteraard. Gymnastiek heeft het grootste verloop, voetbal 'slechts' 41 procent. De reden? De meerderheid heeft het gewoon te druk met studie, werk en andere hobby's om trouw te blijven sporten in clubverband. Zelf fitnessen is voor één op de drie het alternatief. Individueel, wanneer het ze zelf uit komt, zonder verplichtingen - behalve de contributie bij de sportschool. Maar gemiddeld stopt de overgrote meerderheid van de pubers dus helemaal met sporten!

Wat denkt men te doen tegen de neerwaartse beweging? Iets als 'zorgen dat het leuk blijft'. "Faciliteren" van de wensen van de pubers, suggereert NOC*NSF. Ja, dwingen zal lastig zijn op die leeftijd. Maar ja, moderne pubers zijn pertinent in hun eigen keuzes, en als discipline daar niet bij past, jammer dan, maar dat zal dan nooit leiden tot sportieve prestaties die zich kunnen meten met andere landen. Jammer voor Nederland, nu luisteren naar alle wensen van hedendaagse pubers (NOC-advies volgens de krant) betekent vrijwel zeker zero medailles bij de Spelen over 12,5 jaar. 

JBN en RTC

Ondertussen is de JBN bezig met het bouwen van haar eigen trainingspiramide, de 'landelijke opleidingsstructuur'. Met een Nationaal Trainingscentrum (NTC) op Papendal en (juist deze weken) met het opzetten van Regionale Trainingscentra (RTC).  Want die moeten nu ook van de grond komen, ter vervanging van de JTC/JTS-structuur die is komen te vervallen.

Ik heb op dit weblog al vaker de zorg uitgesproken dat het moeilijk zal zijn om de talenten van de toekomst adequaat te begeleiden. En het artikel over de afhakende pubers bevestigt het onderliggende probleem wat zeker ook voor het judo geldt.

De JBN wil (terecht) samen met de clubs talenten ontwikkelen en vasthouden. Zo heeft men nu voor de wat jongere judoka's een opleidingssysteem in petto wat (gelukkig) de eigen club centraal blijft stellen, maar wél in de loop van jaren de judoka wil meenemen naar nieuwe ervaringen buiten de eigen club. Wat zeg ik dat mooi hè? Ik ben benieuwd hoe vrij de keuze van judoka en clubs zal zijn hoor. Want als we weer krijgen dat judoka die niet meedoen bij een RTC, niet mee-mogen naar belangrijke toernooien, wordt het tóch een behoorlijke dwang voor het talent en zijn club.

Weerbarstig

Als er pressie wordt uitgeoefend, vrees ik dat dan in de praktijk zal blijken hoe weerbarstig de doelgroep is. Daarom zijn die studies van NOC*NSF geen onzin. "Zeker niet overorganiseren," is het advies in het artikel.  Pubers (en dat is de doelgroep -15 en -18 van de JBN uiteraard) laten zich niet sturen in wat ze 'niet leuk' vinden. Dwingen werkt niet. Ze willen gehoord worden, mondig zijn. Of ze stoppen gewoon - weg talent, doe je niks tegen. Clubs hebben nu al moeite genoeg om judoka gemotiveerd te houden op plaatselijk niveau in een omgeving die ze al jaren kennen en nog leuk vinden. Hoeveel wedstrijdjudoka in die leeftijd zouden bereid zijn om dingen waarmee ze zo druk zijn, op te geven om 's avonds enkele keren per week in te stappen en extra te gaan trainen bij een RTC om vervolgens (op eigen kosten) eens mee te mogen naar een interessant toernooi? Een enkeling... Ik stel de vraag, maar ik vermoed helaas het antwoord: slechts een énkeling is zo gefortuneerd, gemotiveerd en gedisciplineerd dat hij dat gaat doen...

Daarmee komt de JBN in een spagaat. 
  • Kies je voor kwaliteit die zich over jaren ook internationaal kan meten, kun je niet veel beginnen met verwende pubers die niet bereid zijn om keuzes te maken om keihard, gedisciplineerd te trainen. Nu kiezen voor deze opleidingsstructuur is kiezen voor kwaliteit. Dan moet je doorzetten en niet alleen luisteren naar wat judoka willen.
  • Kies je voor een bredere talentengroep, kwantiteit dus, vrees ik dat de JBN en RTC te maken krijgen met een ingewikkelde opgave. Om judoka die (nog) niet echt gekozen hebben voor topsport, tegen de stroom in te motiveren. Dan moet je dus echt luisteren naar wat judoka willen, maar krijg je daar ook de noodzakelijke kwaliteit mee? Zien de 'pubers' wat er nodig is om echt tot bloei te komen in de topsport? Kun je uitdagen zonder dwang?
Werkt het? De vraag is, met dat NOC*NSF-verhaal in het achterhoofd, of dat in ons land wel het juiste klimaat is nu. De uitstroomcijfers bij judo zijn bekend bij de JBN. Het is niet gemakkelijk om het ledenaantal zelfs maar te stabiliseren. 

De aanzetten om tot een NTC in Papendal te komen, leidde al tot onbegrip en afwijzing door een aantal van de huidige topjudoka. Men voelde zich overrompeld en "niet gekend" in de besluiten. En dat is dan de top. Wat gaan de aanzetten om tot RTC's te komen, oproepen bij de judoka in de doelgroep? Gaat het een enthousiaste start worden, waar judoka en clubs echt kansen in zien voor hun talent, of gaat het voor de gemiddelde puber een station te ver zijn - letterlijk en figuurlijk? Hoe kun je ze motiveren tot keuzes die ze wellicht nu niet willen?

Ik denk dat de vraag niet is of er een RTC moet zijn en of judoka dat móeten, maar of de JBN en de clubs de judoka kunnen overtuigen dat ze dat beter van harte kunnen wíllen.  

Mevrouw Gerda Op het Veld van NOC*NSF zegt: "Wij adviseren clubs naar de jeugd te luisteren. Wat willen de kinderen zelf?" Dit geldt voor clubs en bonden samen. Je kúnt gewoon niet over de verlangens van de jeugd heenfietsen. We mogen met de JBN hopen dat er desondanks een voldoende sterke groep judoka is die daar op antwoordt: "Ja, ik wil keihard trainen en daar alles voor over hebben." Maar of die keuze door een jongere van nu, in de cultuur van nu, de sociale netwerken waarin ze leven, in de hectische gezinnen, nog in de naweeën van een financiële crisis, zó gemaakt kan worden, is een vraag die althans bij andere sportbonden tot teleurstelling leidt.

De keuze is moeilijk. 
  • Vraag je niks extra's, kweek je geen talent. 
  • Vraag je meer extra's dan waar ze trek in hebben, houd je geen talent. 
Het wordt er op of er onder voor de judotop van de toekomst. Vast staat in ieder geval dat de bonden geen NTC/RTC-software kunnen ontwikkelen als de hardware het programma niet kan draaien. Dan wordt het fatal error...

1 opmerking:

  1. In sommige van jouw artikelen stel jij terecht de vraag of judo en competitie wel bij elkaar passen. Kano was niet per se een voorstander van wedstrijden. Competitie is maar een klein onderdeel van judo. Ook als je kijkt naar het ledenaantal van de JBN dat actief deelneemt aan wedstrijden, dan is dit maar een klein aantal leden.

    Ik denk dat we het veel meer moeten zoeken op het vlak van de breedtesport. Veruit het grootste deel van de leden van de JBN. Zorgen dat pubers scheidsrechters, judoassistenten en/of vrijwilligers worden en verbonden blijven met het judo. Leuke activiteiten organiseren voor het verbinden van judoka. De techniek- en katatrainingen zijn mooie ontwikkelingen op dit vlak. Als we ze kunnen binden en verdieping geven, dan blijven ze ook bewegen.

    Ook de ne-waza toernooien mogen meer aandacht krijgen. De nadruk kan veel meer liggen op het beter worden, testen van vaardigheden en ontmoeten van gelijkgestemden, dan het winnen van medailles.

    De wedstrijd- en topsport kan uiteindelijk weer groeien als er een goede, brede basis is. Ons district is op dit moment bezig met het verlagen van de drempel van breedtesport naar wedstrijdsport (en topsport). Het staat nog in de kinderschoenen, maar hopelijk wordt het een groot succes. Ook hier wordt gekeken vanuit de breedtesport als basis, die mist namelijk volledig in de piramide van de JBN.

    Met vriendelijke groeten,

    Sebastiaan Fransen
    www.spfransen.nl

    BeantwoordenVerwijderen