maandag 30 mei 2016

Kruijswijk, RTC, en de mentaliteit van de topsporter

Op 27 mei viel Steven Kruijswijk als "soeverijn heerser" - zoals John Graat het noemt in het Eindhovens Dagblad vandaag. Hij viel van zijn fiets, met in zijn hele persoon de pijn van zijn lichaam, maar nog meer die van zijn sportziel. Graat heeft op de voorpagina vandaag een geweldig verhaal neergezet, literair bijna:  
"In de huiskamer voelden we het smartelijke lijden van een gebroken man. Hij trapte door, zaterdag over drie bergen en gisteren in de slotrit naar Turijn. Met een pijnlijke voet en rib hield hij ons een spiegel voor. Met zijn doorzettingsvermogen probeerde hij het onrecht alsnog ongedaan te maken, tevergeefs. Is zijn vierde plaats een teleurstelling? Voor hemzelf wel. Hij is topsporter. Voor ons niet. Kruijswijk is groots en meeslepend ten onder gegaan. Dankzij hem hebben we de schoonheid van zijn sport in alle facetten gezien."
Het klopt. Ik had zelf na alle dopingschandalen in de wielersport niet meer zo het idee dat het een aantrekkelijke topsport was. Kruijswijk heeft getoond dat topsport een mentale kwaliteit is, de geest sterker dan spieren, 'Mind over Muscle' zoals de bloemlezing van judo-oprichter Kano getiteld is. Ja, ik heb daar bewondering voor, precies om wat John Graat er over schrijft: een topsporter die niet opgeeft na zijn valpartijen en ondanks zijn pijn de rit ten einde brengt. Het spel lijkt om de puntjes in het klassement te gaan, maar los van de regionale trots, is Kruijswijk voor mij de mentale Giro-winnaar dit jaar: de eerste en niet de vierde. 

RTC

Deze dagen wordt achter de judo-schermen hard gewerkt aan de contouren van de RTC's:  de regionale trainingscentra die de JBN, samen met NOC*NSF aan het opzetten is. Nationaal trainen op Papendal voor de nationale top, regionaal trainen in Eindhoven en drie andere plaatsen, met daarnaast enkele lokale centra in de omliggende gebieden. Alles bij voorkeur gekoppeld aan topsportonderwijs (LOOT) en professionelere begeleiding van aanstormend talent.

Van de judoka zal veel worden gevraagd. Of is 'ge-eist' een beter woord? Wie de weg naar de top wil gaan, zal zich net als in de Giro d'Italia door alle valpartijen en tegenslagen moeten heenknokken en er alles maar dan ook alles voor over hebben. Het betekent een trainingsprogramma waarbij er voor judoka die ook een studie doen, met passen en meten huiswerk moet worden gemaakt, want ook overdag wordt er getraind. Andere hobby's dan judo zullen op de tweede plaats moeten komen. Minder facebooken, meer focussen. Minder bier en fastfood, meer letten op balans, voeding, discipline. De eigen bijdrages en kosten voor toernooien en alles wat er bij hoort, zijn niets vergeleken bij wat het mentaal gaat kosten. Waarom is dat zo? Omdat mensen als Steven Kruijswijk en álle topsporters moeten leren leven met de 'eenzaamheid' aan de top. Judo en wielrennen hebben gemeen dat ze allebei keiharde individuele sporten zijn. Je traint samen, maar uiteindelijk sta jij er, moet jij het alleen doen, en moet je mentaal zó sterk zijn dat je aan niets anders kunt denken dan: doorgaan. NOC*NSF en de JBN hebben goed begrepen dat Nederlandse judoka kansloos zijn op de mat in internationale gezelschappen, als ze moeten concurreren met topsporters uit het Oosten (Russen, Chinezen, Koreanen en Japanners) die alles doen voor hun topprestaties. Alles geven of niets, de "spiegel" die Kruijswijk ons voorhoudt.

De vraag die over een aantal jaren zal worden beantwoord is deze: hoeveel van deze 'Kruijswijkjes' staan er nu op de judomatten in den lande?  Houden ze het vol? Ik schreef in november vorig jaar al: 
"Moderne judoka willen gehoord worden, mondig zijn. Of ze stoppen gewoon - weg talent, doe je niks tegen. Clubs hebben nu al moeite genoeg om judoka gemotiveerd te houden op plaatselijk niveau in een omgeving die ze al jaren kennen en nog leuk vinden. Hoeveel wedstrijdjudoka in die leeftijd zouden bereid zijn om dingen waarmee ze zo druk zijn, op te geven om 's avonds enkele keren per week in te stappen en extra te gaan trainen bij een RTC om vervolgens (op eigen kosten) eens mee te mogen naar een interessant toernooi?"
Dát wordt de vraag, zeker omdat het meer dan enkele avonden lijken te worden. De JBN kan niet anders dan hoog inzetten op de top. Daar moet een Kruijswijk-mentaliteit bij horen. Zonder die insteek is er geen Nederlands Olympisch judogoud in 2024. De mentale coaching van judoka en hun gezinnen zal zeker zo intensief moeten zijn als de fysieke. De weg naar de top is een Giro. Wie gaat er een judo-Kruijswijk blijken te zijn...? We mogen hopen dat er niet te veel sneuvelen op de eenzame weg door de bergen.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten